zaterdag 15 augustus 2009

Cxrdxxn
De kwaliteit van de zorg bij Cordaan, ��n van de grootste zorginstellingen van Amsterdam, is vaak ver onder de maat. Dat zeggen anonieme bronnen uit verschillende geledingen van de zorgorganisatie.
Het Parool. Lees ook: Weggepest uit de buurt (deel 1 t/m 6).

Labels:



zaterdag 28 februari 2009

Weggepest uit de buurt (deel 6-slot)
Feuilleton voor maandblad EssensiE, door D.C. Lama. Voor eerdere delen, zie hier.

Uit de kelder van mijn flat in Overtoomse Veld (Amsterdam-Slotervaart) was op een dag de fiets van mijn vriendin gestolen. De huismeester van de flat, die was aangesteld om een oogje in het zeil te houden bij de veelal bejaarde bewoners, kon het dit keer (zie deel 4) niet gedaan hebben. Die was namelijk door de nieuwe eigenaar van het pand (Zorginstelling Cxrdxxn) vervangen door een groep vrouwelijke jongerenwerkers. Deze twintigers hadden tot taak een nieuwe bewonersgroep in de flat te begeleiden: een in aantal snel groeiende club van �jongeren met een probleemachtergrond�. De steeds verdergaande privatisering heeft er namelijk voor gezorgd dat de zorg een lucratieve business geworden, vooral voor de instellingen die met zo min mogelijk inspanning (dat zijn maar kosten) zo veel mogelijk zorg behoevende mensen weten onder te brengen.

Iedere zorggroep heeft een prijskaartje: die voor ouderen is lager dan die voor probleemjongeren, want probleemjongeren zijn politiek hip en ouderen worden sowieso al overal in het land voor een minimumprijs verwaarloosd. In mijn flat (waar ik toevallig tussen de hulpbehoevenden kon wonen - zie deel 4) hadden de bestuurders van Cxrdxxn (inkomen: circa 2 ton euro per jaar) daarom een mix van groepen neergezet met een zo hoog mogelijk rendement: bejaarden die het voortaan zonder een huismeester moesten doen, psychiatrische pati�nten (op de tweede verdieping, zie deel 3) die nachtenlang konden flippen zonder dat dat zelfs maar onderkend werd, en nu dus ook probleemjongeren, die daar op last van de Staat en onder het toeziend oog van Cxrdxxn ook zonder problemen mishandeld konden worden (zie deel 5).

De jongeren mochten in onze flat zelfstandig leren wonen. Dat leerproces kon ik van dichtbij meemaken: niet spugen op de gang, je muziek (al is het maar af en toe) op een normaal volume afspelen, �s nachts niet voor iemands slaapkamer luidruchtig staan ouwehoeren, je flat niet onder kladden nog vernielen... het waren allemaal lessen waar ze nog niet aan toe waren gekomen. Dat maakte het voor Cxrdxxn ook makkelijker toezicht te houden op de bejaarden: die durfden hun huis sindsdien nog amper uit. De �probleemachtergrond van de jongeren� wilde overigens nog niet zeggen dat ze crimineel waren, zo werd ons door Cxrdxxn op het hart gedrukt. Het was volgens de dames van het goede werk dan ook schandalig dat ik diezelfde jongeren ervan verdacht dat ze de fiets uit de kelder hadden gestolen. Tot mijn vriendin haar fiets gewoon voor de deur zag staan met een nieuw slot erom, en ��n van die jongeren de fiets tot de zijne rekende. Toen was alles ineens niet meer zo schandalig: dat was gewoon vervelend, niet meer dan dat.

Het was rond deze tijd dat de titel van dit feuilleton zo�n beetje tot me kwam: ik had het gevoel weggepest te worden uit de buurt. In principe natuurlijk alleen uit mijn flat, maar aangezien de rest van de buurt gesloopt dan wel grondig gerenoveerd werd, betekende dat ook dat ik Overtoomse Veld moest verlaten. Niet door de �Marokkanen�, zoals de media maar bleven bl�ren over de buurt, maar door een zorginstelling. Maar ik had nog geluk: in tegenstelling tot de bejaarden in mijn flat was verhuizen voor een dertiger als ik tenminste nog een optie.

En toen was het september (naar Joost Belinfante) en kwam ik �s avonds thuis na een dagje klussen buiten de deur. In de overloop hing de geur van uitpuilende vuilnisbakken; in de lift was weer iets nieuws op de muren gekalkt en een nieuwe poster van de zorginstelling sierde het prikbord met de woorden �Service en kwaliteit!� Ik opende mijn voordeur en zag achter mijn raam een soort levensgroot vuurvliegje bewegen. Ik rende direct door naar mijn balkon: daar stonden immers mijn drie buitenplantjes vol befaamde Lamawiet from the balcony in bloei. De vuurvlieg bleek een zaklantaarn te zijn, in de handen van een jongen die via het balkon van mijn buurmeisje naar mijn drie dames was geklommen. Hij probeerde te ontkomen door de levensgevaarlijke klim op zeker zeven meter hoogte weer terug te maken, maar ik greep hem nog net op tijd in zijn kraag. Vaak heb ik mij afgevraagd wat ik in een dergelijke situatie precies zou doen, maar ik reageerde gelukkig een stuk humaner dan wat ik eerder allemaal had bedacht. Het was een gastje van nog geen 15, 16 jaar; ik hoorde mijzelf een stomme preek houden over mijn en dijn, en dat ie gewoon had kunnen aanbellen als ie wat te blowen had willen hebben. Zo pacifistisch als ik graag wil zijn...

En was dat dan eindelijk voldoende reden om naar een nieuw huis op zoek te gaan? Nee, want die had ik al een paar weken eerder gevonden.

Labels: ,



woensdag 7 januari 2009

Weggepest uit de buurt (deel 5)
Feuilleton voor tijdschrift EssensiE, door D.C. Lama. Voor eerdere delen, zie hier.

In mijn flat in Overtoomse Veld (Amsterdam-Slotervaart) woonde ik met bejaarden, waar ik wegens eerder vermelde omstandigheden tussen kon wonen. �Beschermd wonen� heette dat voor die bejaarden, wat betekende dat die oudjes daar lekker met elkaar konden betten op de overloop of in het kantoortje van de huismeester. Het was er zogezegd chill op zijn oudjes. Na enkele jaren werd het complex echter overgenomen door stichting Cxrdxxn, die op het lumineuze idee kwam tussen die hulpbehoevende bejaarden opvangwoningen voor zogenaamde probleemjongeren te plaatsen. Samen met de psychiatrische pati�nten op de tweede verdieping en de fameuze bevolkingssamenstelling die onze wijk haar nationale bekendheid gaf, vonden de bestuurders van Cxrdxxn dit blijkbaar een goede combinatie. De bestuurders van Cxrdxxn krijgen van ons belastingsgeld circa 2 ton salaris per jaar, dus wie ben ik om aan hun beoordelingsvermogen te twijfelen?

De Cxrdxxnbestuurders legden deze plannen overigens niet zelf aan ons uit: daarvoor hadden ze dames ingehuurd die �manager� op hun kaartje mochten zetten. �Dat zal geen overlast geven, hoor: daar merken jullie echt h�-le-maal niets van!� De dames bezworen het ons tijdens een bijeenkomst op de maandagmiddag. Op tafel hadden ze thee, koffie en veel, l�kker v��l koekjes en dingetjes met suiker geplaatst. Tussen het snoepen door luisterden de bejaarden, die zo�n bijeenkomst eigenlijk wel gezellig vonden. �En als er al eens iets is, dan kunnen jullie ons altijd bellen!� Dat laatste was me ook al eens verteld over de psychiatrische pati�nten boven me. Maar toen mijn bovenbuurman een doorgedraaid kruitvat bleek te zijn die hele nachten door zijn huis denderde, vormde het bellen op zich ook geen enkel probleem: er werd alleen nooit iets mee gedaan. Daar kenden de oudjes overigens nog wel meer voorbeelden van, die zij ook best tijdens deze bijeenkomst wilden uiten. �Neemt u nog maar iets lekkers van het schaaltje,� greep de supermanager echter adequaat in: �Vanaf nu zal alles beter gaan. En trouwens: alles is toch al lang besloten.�

Begin 2008 werd de plek van de huismeester daarom 24/7 ingenomen door vrouwelijke welzijnswerkers van begin 20. Nou heb ik daar op zich natuurlijk niets op tegen... Maar met de welzijnswerkers werden ook de eerste appartementen door de probleemjongeren ingenomen, keurig verdeeld over alle etages in het flatgebouw. Ze hadden ��n ding met de oudjes gemeen: ook zij spraken elkaar graag op de overloop, alleen deden zij dat bij voorkeur �s nachts, met luide stem en vele vrienden in de luidruchtige taal die volgens mij fandastr��t heet. Als schrijver die vaak �s nachts in stilte pleegt te schrijven, had ik er geregeld last van; de oudjes durfden van angst hun ogen in bed niet meer te sluiten. De eerste keer dat ik vriendelijk verzocht of het wat stiller kon, gingen de jongeren beleefd weer naar binnen. De tweede keer werd ik welhaast terug mijn huis in geduwd door een dertiger in wie ik een pooier van mijn buurmeisjes meende te herkennen. Het meisje van 17 naast mij had volgens de welzijnswerkers wat moeite de juiste vrienden uit zoeken. Dat kon ik wel bevestigen: door de muren heen hoorde ik haar een aantal keer door haar �vriend� in elkaar geslagen worden, iets waarop de welzijnswerkers op mijn aandringen dan nog wel wilden ingrijpen. Maar verder had zij �gewoon een beetje moeite de juiste vriendjes uit te zoeken�, kon de jongen ook gewoon weer terugkeren en haar wederom in elkaar slaan, en daar bleef het dan ook bij. De term �beschermd wonen� was blijkbaar niet voor de jongeren bestemd. Overigens ook voor de ouderen niet meer, aangezien die sinds de komst van de probleemjongeren nog opvallend weinig buiten hun huis durfden.

De nieuwe jongeren, die iedere maand weer een aantal appartementen meer bewoonden, krasten namen van voetbalclubs op de muren, braken met regelmaat de spiegel in de lift, spuugden op de vloerbedekking op de overloop en in de lift, konden je een hele gangwandeling strak aan blijven kijken zonder op een �hoi� of �hallo� te reageren, reden met draaiende brommers de afgesloten gangen binnen en vonden ook nog manieren om bijvoorbeeld het knopje waarmee je de lift kon roepen er met een mesje uit te frunneken.

Volgt nu snel de ontknoping van dit feuilleton �Weggepest uit de buurt?� Vast wel, denkt u niet?

Wordt vervolgd

Labels:



dinsdag 30 december 2008

Weggepest uit de buurt (deel 4)
Column voor de EssensiE door D.C. Lama.
Deel 1, deel 2 en deel 3 zijn via de verschillende linkjes na te lezen.

Mijn flat kende een huismeester, die aan het begin van de gang bij de lift kantoor hield. Ik associeerde hem met oude in New York opgenomen speelfilms, waar de man (maar dan in een rood kostuum met een hoge hoed) de bewoners van het pand altijd vriendelijk groette en eventueel kon bijstaan met kleine klusjes. Dat klopte ook wel, hoewel zijn hand- en spandiensten niet echt voor mij bedoeld waren. Mijn flat (Met uitzondering van de tweede etage die onder een andere stichting viel, maar daarover vorige maand al meer) was namelijk voor bejaarden bestemd, die in deze zogenaamde �beschermd wonen-omgeving� door de huismeester werden ondersteund en daar gezellig met elkaar konden betten. Achter de glazen schuifdeur van de entree stonden bankjes; achterin het huismeesterkantoortje was een zitje en samen met de met glas gedichte overgangen was er voldoende ruimte voor ontmoeting. Zo hoefden de oudjes voor contact met anderen de straat niet op, iets wat ze in mijn buurt (Overtoomse Veld, Amsterdam-Slotervaart) steeds minder graag deden. Bij ieder willekeurig incident met Marokkaanse Nederlanders stroomden de televisiecamera�s namelijk massaal onze wijk in, of het incident zich daar nou wel of niet had afgespeeld. En dat zagen die bejaarden natuurlijk ook: de plek waar de journalisten bijna dagelijks kwamen, was volgens diezelfde mensen een no go area.

Het nieuws zorgde er voor dat steeds minder bejaarden in onze buurt een huis wilden, en met het hoge sterfpercentage in een bejaardenflat, kwamen er steeds meer lege woningen, die na visitatie door de huismeester door �jongeren� als ik werden betrokken. Met gegroet in de gangen en af en toe een vriendelijk woordje, werd mijn privacy door de oudere Amsterdammers gewoon gerespecteerd. Het was er in die eerste jaren allemaal zeer relaxed. Toen de sacramentsplantjes op mijn balkon voor het eerst werden opgemerkt, klopte de huismeester aan om te vragen of het voor eigen gebruik was. �Dan kan ik de bejaarden vertellen dat er hier geen gevaarlijke crimineel in huis zit, want dat is het verhaal in de wandelgangen.� Hoewel wat lui, was de huismeester een goede vent. Na enkele jaren overleed hij aan kanker.

Even dacht ik er nog aan om op zijn functie te solliciteren. Ik had de man hele dagen de krant zien lezen of patience op de computer zien spelen; het zou alle tijd bieden om nou eindelijk eens die roman af te schrijven, terwijl ik dicht bij huis voor mijn aanwezigheid betaald kreeg. Bovendien zou ik het enige nijpende probleem in de flat (overvolle vuilniscontainers) op voortvarende wijze weten op te lossen: ik zou gewoon meer containers bestellen! Maar de man die de functie uiteindelijk part-time vervulde (�Kan ik nu ook de servicekosten part-time betalen?� vroeg ik nog na�ef), zag niets in deze eenvoudige oplossing. Hij had sowieso een andere kijk op schoonmaken, maar de visie daarop werd mij niet duidelijk: er verscheen gewoon steeds meer troep in het gebouw. Een op de grond liggende marswikkel die ik in de gaten hield, werd pas na drie maanden verwijderd. �Ik werk hier part-time,� zo luidde steevast zijn verdediging. Maar steeds vaker bleef zijn kantoortje gesloten en klopten de ouderen met hun noden bij mij aan.

Erg snugger was de man ook niet. Toen ik op een dag mijn fiets uit de kelderbox wilde halen, was de deur geforceerd en alles -tot aan lege verhuisdozen aan toe- verdwenen. Het was vrijdagavond voor een weekend met een extra paaszondag: op dinsdag zei hij niet te weten dat die box van mij was. �De nummers van de boxen correspondeerden niet met mijn lijst. Dus heb ik je spullen maar in mijn kantoor gezet.� Ik legde hem uit dat ik die box van zijn instelling had gekregen, dat hij er met ��n simpel briefje aan de deur binnen ��n dag achter was gekomen en dat ik door zijn idiotie drie hele fucking dagen zonder fiets had gezeten. �Ja,� was zijn nietszeggende antwoord, met een langgerekte A aan het einde. Enkele maanden later verhinderde mijn vriendin hem weer exact hetzelfde te doen, toen ze hem met gereedschap en al klaar zag staan om de deur w��r in te rammen. Hij was het vergeten...

Maar op een dag beloofde alles anders te worden. In glanzende A3-posters straalden vrolijke mensen ons tegemoet en werd een fusie met andere instelling aangekondigd. Om ons nog beter en effici�nter van dienst te kunnen zijn. Omdat zorg en wonen belangrijk waren. Omdat de toekomst.... ach, u kent die posters wel.

Wordt vervolgd

Labels:



zaterdag 6 december 2008

Weggepest uit de buurt (deel 3)
Column van D.C. Lama voor EssensiE. Ook online verschenen: Deel 1 en deel 2 .

Begin 2002 huurde ik een flat in Overtoomse Veld (Amsterdam, Slotervaart). De tweede verdieping, de etage boven mij, werd volledig bewoond door mensen met psychiatrische problemen, die daar onder begeleiding zelfstandig mochten wonen. Maar dat zou geen overlast veroorzaken, zo was mij verzekerd. En als dat wel het geval was, hoefde ik dat maar even te melden bij hun begeleiders en zou er wat aan gedaan worden. De eerste drie jaar merkte ik er inderdaad niets van; in het appartement boven me scheen een zeer introverte vrouw te wonen, die ik nooit heb herkend of gehoord. Dit in tegenstelling tot haar zeer extroverte opvolger: een pati�nt met regelmatig terugkerende schreeuw-, stamp-, angst- en vloekaanvallen, die er bovendien van hield soms zeer langdurig en constant het toilet door te trekken. Zo zat ik dus regelmatig lekker relaxed thuis met een goede joint vol befaamde Lamawiet from the balcony en klonk er ineens keihard KANKER door mijn huis, gevolgd door het marsgeluid van een verdwaalde soldaat die zich daarna nog honderd keer leek te wassen onder een ge�mproviseerde douche.

Maar ach, mijn oude buurvrouw naast me was wat doof en had haar t.v. vaak hard staan; we woonden in Amsterdam en niet in Kampen, Purmerend of Veghel, en ook niet iedereen kan een nummertje of wat van Public Enemy op het juiste volume waarderen. Uw vertrouwde hippie op deze plek heeft een aardig incasseringsvermogen, maar vond het kanker-kanker-kanker, gekuch, gestamp, gepiep en doorspoelen, doorspoelen, doorspoelen wel erg vaak zijn rustige avonden verzieken. Het leek me niet overdreven om de man hierop te attenderen. Ik rende natuurlijk niet meteen naar boven om hem direct de mond te snoeren, maar belde de volgende dag aan met de vraag of hij het mogelijk achtte het heel misschien een piepklein beetje rustiger te houden. Maar er werd nooit open gedaan. Ook niet toen ik later enkele keren direct naar boven liep en de man achter de voordeur gewoon bezig hoorde zijn angsten te bedwingen.

Zelf met de man spreken was ook helemaal niet de bedoeling, zo kreeg ik te horen toen ik belde met de verantwoordelijke instantie (Zorginstelling Cxrdxxn). Zijn psychiatrische begeleider kwam zelfs bij me langs om me dat, onder openbaarmaking van vrijwel het complete medische dossier van de man, duidelijk te maken: voor klachten kon ik bij Cxrdxxn terecht, die dat dan wel weer met hem zou regelen. Iets wat ze natuurlijk ook in dit geval zouden doen, want ja: de overlast was er sinds twee�neenhalve maand, en dat was precies de periode dat mijn bovenbuurman zijn woning had.

Toen er enkele weken later nog duidelijk geen verbetering was gekomen, belde ik de mensen van Cxrdxxn nog maar een keer. Ze hadden er iets van gezegd, de man zei zelf van niets te weten, maar als ik er op aandrong zouden ze het hem nog een keer vertellen. Bij te grote overlast zou hij zelfs teruggeplaatst worden in een gesloten inrichting, zo vertelde de man, daarbij duidelijk makend dat ik een dergelijke opsluiting dan wel op mijn geweten zou hebben. Uw maandelijkse hippie zei dan maar te hopen dat de situatie zich ietwat zou normaliseren, maar dat was niet het geval. En dus besloot ik zelf nogmaals naar boven te lopen (zodat de man zijn lot nog zelf in de hand had), waar ik dit keer voor zijn deur ook zijn bovenbuur tegenkwam: een oude dame die net als ik al enkele maanden zijn overlast moest doorstaan. Ook zij had Cxrdxxn regelmatig gebeld, maar daar werd ze langzamerhand zelf gek van. Ik zegde haar toe de volgende dag nog een keer te bellen. Misschien was een gesloten inrichting ook wel het beste voor de man. Gezien de angsten die hij uitschreeuwde, leek me de huidige situatie ook niet echt gezond.

De Cxrdxxnman wist van de klachten, maar het leek hem het beste een onderzoek in te stellen: hij had namelijk het vermoeden dat de overlast van iemand anders kwam. Zo�n onderzoek leek me complete onzin: Ik vertelde hem dat ik tijdens het geschreeuw altijd gestamp hoorde en dat ik zijn voetstappen dan op mijn plafond kon aanwijzen; de �boven-bovenbuurvrouw� had er ook last van en zowel mijn als haar beide directe buren (ook degenen die niet doof waren) zeiden nooit iets te horen: hij moest het dus wel zijn. Maar het was maar goed dat hij zo�n onderzoek had ingesteld, zo vertelde de Cxrdxxnman me enkele weken later: De overlast kwam namelijk echt niet van boven. Wie die dan wel veroorzaakte wist hij ook niet, maar dergelijk gedrag paste nou eenmaal niet in zijn ziektebeeld.

En daar kon ik het mee doen. En dus volgden er nog honderden keren �kanker�, duizenden andere verwensingen, veel paniekgeluiden en een Noordzee aan toiletdoorspoelingen tijdens mijn avonden in Overtoomse Veld. Mijn �boven-bovenbuurvrouw� besloot dan maar te verhuizen en werd daarmee weggepest uit de buurt. Ik nog niet. N�g niet.

Wordt vervolgd

Labels:



maandag 3 november 2008

Weggepest uit de buurt (deel 2)
Column voor de EssensiE, door D.C. Lama
(deel 1 is via deze link na te lezen)

Na veel omzwervingen in de stad, kreeg ik in februari 2002 een flat in Overtoomse Veld, de veelbesproken wijk met o.a. Samir A. (hij woonde bij me in de straat) en Mohammed B (van schuin achter mijn flat). Maar dat speelde toen nog niet: het was nog gewoon een wijk met veel Marokkanen. In Zuidoost woonden de Surinamers; in Buitenveldert veel Chinezen; in de Jordaan de yuppen en wij hadden de meeste bewoners uit het Rif-gebergte. Dat was ik al gewend van eerdere huizen in Amsterdam-West: in de Akbarstraat (ik woonde er in 1995, hoewel de straat volgens de Grachtengordel pas in 2002 door Felix Rottenberg werd ontdekt) en het Gulden Winckelplantsoen (nog voordat het winkelcentrum daar was gebouwd, laat staan dreigde in te storten).

Volgens Pim Fortuyn vormden mijn buurtbewoners een gevaar voor de zogenoemde allochtone bevolking, maar voor hemzelf kwam dat gevaar uit Harderwijk. De moordenaar van Theo van Gogh (op wiens site ik al jarenlang mijn cartoons publiceerde) kwam wel uit mijn buurt, en daarmee was volgens de media het gelijk van Fortuyn alsnog bewezen. De nog immer voortvluchtige Syri�r Abu Khaled had een tiental jongeren aangezet tot radicaal gedachtegoed, en daarmee was voldoende grond de hele buurt overhoop te halen. Politie, Justitie en vrijwel ieder orgaan dat riep wel iets aan de veiligheid te kunnen bijdragen, kreeg extra bevoegdheden en mankracht; woningbouwco�peraties kregen grote sommen geld voor afbraak en nieuwbouw.

Omdat de woningen volgens de autoriteiten oud en �niet meer van deze tijd� waren, werd besloten tot de sloop van vrijwel de gehele buurt. Mijn flat (toch zeker ��n van de lelijkste en minst onderhouden gebouwen in de wijk, maar grotendeels bewoond door blanken) werd zonder motivatie buiten de plannen gehouden. De nieuwe woningen werden groter en duurder: met de toegenomen woningvraag binnen de ringweg, moesten de Overtoomse Veld-bewoners maar wat vechten voor een plekje in de vernieuwde wijk, of anders opschuiven richting Halfweg of Badhoevedorp. Woningbouwco�peraties mochten zich zelfs bemoeien met wie daarvoor in aanmerking kwam. In maart 2008 kregen alle bewoners een brief van het stadsdeel en de co�peraties De Alliantie, Eigen Haard en Far West met de zin: �Overlasthuishoudens in Overtoomse Veld die kans willen maken op een sociale huurwoning in de nieuwbouw, zullen hun gedrag moeten aanpassen.� Die brief ontving ik overigens toen ik al lange tijd iedere ochtend werd gewekt met het inslaan van heipalen in opdracht van precies die partijen.

Waren de Amsterdams tuinsteden lange tijd aantrekkelijk door de relatieve laagbouw, weidse opzet en veel groen: de nieuwe woningen gingen de hoogte in (schuin voor mijn huis zelfs 61 meter!), werden dichter op elkaar gepland en hadden daarom ook minder ruimte voor wat groen. Mijn balkon, waar ik heerlijk met mijn planten kon zitten, kreeg dankzij nieuwe hoogbouw ineens een stuk minder zon. Als normaliter de zon over het balkon was getrokken, ging ik vaak in het openbare tuintje voor mijn flat zitten, maar daar was door andere nieuwbouw ook al geen zon meer. Ik vond het een flink gemis, maar een biertje drinken na mijn werk met zicht op mijn medebewoners was sowieso al verboden: het stadsdeel had �wegens overlast door jongeren� een algeheel alcoholverbod in mijn buurtje uitgevaardigd. En de kans gepakt te worden was groot: overal waren camera�s opgehangen; er was meer politie dan in een voetbalstadion, en een particulier bedrijf met buitengewoon laag opgeleide beveiligers mocht zich met autoriteit presenteren als �Straatcoaches�. De Straatcoaches beschikten over een indrukwekkend vermogen om op hun gloednieuwe mountainbikes vrijwel ieder fietspad te blokkeren, door uitermate traag te slingeren of er simpelweg met elkaar te staan ouwehoeren. Als je ook maar een beetje haast had, was de kans groot achterop hun glimmende jasjes te botsen, waarop een soort Duitse adelaar of Amerikaanse havik was gedrukt met de tekst To serve and protect (dat laatste wellicht om ��n of andere taalbarri�re te overbruggen).

En zo zat je na je werk al snel weer gewoon binnen in je huis, in wat men dan de tuinsteden noemt. Tot er weer verkiezingen waren en Wouter Bos zijn plannen voor mijn wijk in een verkiezingsdebat ontvouwde: �Wat we met elkaar zullen moeten doen, is door de politie op die huizen af te sturen, door de spijbelambtenaren op die huizen af te sturen, door de jeugdwerkers op die huizen af te sturen, is echt achter die voordeur kijken.�

Wordt vervolgd

Labels:



maandag 6 oktober 2008

Weggepest uit de buurt (deel 1)
Column van D.C. Lama voor de EssensiE

Het leek in Amsterdam wel verboden om uit elkaar te gaan (progressieve stad als zij zichzelf noemt), want op korte termijn een eigen woning vinden bleek een vrij onmogelijke opgave. Ik kwam op plekken waar ik 10.000 gulden borg moest neertellen, waar de huur meer dan 1000 per maand was of waar ik voor drie maanden 1500 piek moest betalen, mits ik drie keer per dag twee constant blaffende tekkels uitliet. De Mokumse koopmansgeest tierde welig onder de woningnood, zeker onder die van mij. Ik heb er heel wat voorbij zien komen, van die sociale woningbouwhuurders die zelf al lang naar Almere of Purmerend waren vertrokken, maar hun huis als drie of vier losse kamers onderverhuurden voor minstens vijf keer de huurprijs. Ik heb zulke klootzakken zelfs nog een tijdje betaald. Ik heb ook gekraakt gewoond, en anti-kraak. Ik was te schijterig om zelf te kraken (dergelijk laf gedrag zou verboden moeten worden!), maar verder heb ik er vrijwel alles voor over gehad om in mijn geliefde stad te kunnen blijven. Ik heb h��l klein gewoond; ik heb h��l veel betaald; ik ben h��l vaak verhuisd. Tot ik eindelijk weer ergens vast kon wonen tegen een normale prijs: in het koophuis van een nieuwe vriendin. Tot ook dat weer fout ging en alles weer hetzelfde was, maar dan met diezelfde bedragen in euro�s.

Dus stond het merendeel van mijn spullen weer lange tijd in dozen, sneuvelde er bij iedere verhuizing wel iets en had ik de constante stress over twee maanden, drie weken of zelfs volgende week weer op straat te staan als ik niet snel iets wist te regelen. Vrienden masseerde ik moeizaam om hun achterkamertje voor mij leeg te halen; nieuwe vriendinnen met een eigen woning werden van meer aandacht dan anders voorzien, en oude plannen (een caf� op Jamaica beginnen, schaapherder in Ierland worden) werden weer eens op haalbaarheid gecontroleerd. Niet dat ik de stad uit wilde (ik had er zelfs werk!), maar ik kende te veel daklozen om hetzelfde na te streven. Naarmate de nood hoger werd, werden mijn eisen naar beneden bijgesteld. In de laatste week van een huurcontract, vroeg ik een vriend om zijn aangebouwde halve balkonschuur aan mij af te staan, ging ik met een soort Patty Brard naar huis omdat zij ruim scheen te wonen en riep ik welgemeend in een caf�: �Dan word ik wel stoker op een zeeschip!�

Maar als Jah een huis op slot doet, opent ie elders wel een coffeeshop. En daar ontmoette ik ene Piet met een huis voor twee maanden (hij ging zelf op vakantie van dat geld), waarna Allah mij te hulp schoot met een vaste flat zonder gezeik in Overtoomse Veld (stadsdeel Slotervaart, Amsterdam). Ik kon me er gewoon inschrijven, had er een prachtig balkon voor de befaamde Lamawiet from the balcony en fietste in 15 minuten naar de Dam of het Museum- of Leidseplein (dat laatste dan relaxed door twee parken). Men vond het een lelijke buurt, maar dat gold niet voor de ruimte tussen mijn muren. Wat er in de media over de buurt werd gezegd, zei volgens mij meer iets over de kleinburgerlijke blik van journalisten dan wat er zich daar werkelijk afspeelde. Maar zelfs vrienden waren daar sceptisch over, wat ik me wel enigszins kon voorstellen. Het was februari 2002. De grote Hollywoodaanslagen van 9/11 waren nog geen half jaar oud; Pim Fortuyn leefde nog en bl�rde over �de vijfde colonne�; de oorlog in Afghanistan was volgens de berichten dankzij Westerse superioriteit al succesvol afgerond om daar tot in de eeuwigheid rust en vrede te brengen. Ik kon mij wel voorstellen dat zelfs mijn vrienden zich enigszins hadden laten meeslepen door het vernieuwde Janmaat-geouwehoer, hoewel dat alles natuurlijk klinkklare onzin was.

Of toch niet?

Wordt vervolgd

Labels: