maandag 1 februari 2010

Geachte redactie,
Max Daniel, hoofd van de Taskforce Georganiseerde Hennepteelt, stopt binnenkort met deze functie. Hij hoopt plaatsvervangend korpschef in Friesland te worden, aldus de Volkskrant van 1 februari. Voor de zoveelste keer krijgt Daniel alle ruimte om zijn indianenverhalen over cannabis te spuien, zonder ��n kritische vraag van de journalist in kwestie. Hennepteelt is volgens Daniel �de belangrijkste vorm van georganiseerde criminaliteit�. Nederland zou de grootste producent van cannabis in West-Europa zijn. De hennephandel �bestaat alleen maar uit criminelen� weet Daniel en �80 tot 90 procent van de hennepteelt gaat naar het buitenland�.

De Volkskrant heeft het allemaal netjes opgeschreven, zonder enige tegenwerping of kritische vraag. Hoe komt Daniel bijvoorbeeld aan het cijfer van 80 tot 90 procent? Beschikt hij over jaarverslagen van alle Nederlandse wietkwekers? En weet Daniel niet dat de verharding en het geweld in de cannabisbranche pas zijn ontstaan na de heksenjacht op kleine thuistelers, die vroeger verantwoordelijk waren voor de aanlevering van de coffeeshops? Weet Daniel echt niet dat in alle Europese landen de cannabisteelt is toegenomen, zodat import uit Nederland helemaal niet meer nodig is? Jammer dat Max Daniel dit soort vragen nooit hoeft te beantwoorden. Ze worden namelijk niet gesteld. Het is de politiek die de cannabisteelt aan criminelen overlaat en het zijn mensen als Max Daniel die voor de verharding en het toegenomen geweld hebben gezorgd. Niet de plant is het probleem, maar het verbod.

Derrick Bergman
(Vereniging voor Opheffing van het Cannabisverbod)

Labels:



woensdag 30 december 2009

De media en het drugsdebat: verpletterende stilte
In januari debatteert de Tweede Kamer over het drugsbeleid. Er is genoeg stof voor discussie, al is daar in de media weinig van te merken. De berichtgeving over drugs beperkt zich tot misdaadjournalistiek, voor fundamentele vragen of een weerwoord is nauwelijks ruimte.
Door Derrick Bergman

Op 15 december bood de Vereniging voor Cannabis Consumenten een petitie met ruim 35.000 handtekeningen aan bij de vaste Kamercommissie VWS, voor het behoud van de sociale functie van de coffeeshop. Een burgerinitiatief pur sang, waaraan maanden vrijwilligerswerk in heel Nederland vooraf ging. In de landelijke media werd er geen woord aan gewijd. Hetzelfde geldt voor het Cannabis Tribunaal dat een jaar geleden plaatsvond in het Haagse perscentrum Nieuwspoort. Twee dagen lang discussieerden wetenschappers, activisten, ondernemers en politici over de toekomst van het Nederlandse cannabisbeleid. Voormalig Kamervoorzitter Frans Weisglas leidde het felle slotdebat tussen CDA-Kamerlid Cisca Joldersma en Hans van Duijn, ex-voorzitter van de Nederlandse Politiebond en fel tegenstander van de war on drugs. In oktober 2009 kregen alle Kamerleden en de belangrijkste landelijke media een dubbel-dvd opgestuurd met een verslag van het Cannabis Tribunaal. Opnieuw volgde een verpletterende stilte.

Als kranten en televisierubrieken over cannabis berichten, dan gaat het over de 'cannachopper' en krijgt de politie volop ruimte om dit nieuwe wapen in de 'oorlog tegen de illegale wietteelt' te demonstreren. Kritische vragen blijven uit, aanvechtbare aannames worden als feiten gepresenteerd. Een treffend voorbeeld was de berichtgeving van het NOS-Journaal (21 september 2009) over het aantal jongeren dat met 'cannabisverslaving' wordt opgenomen. Over 2008 bleek het om 370 jongeren in Nederland te gaan. Zou deze kleine groep nu in de problemen zijn geraakt door hun cannabisgebruik, of is dat gebruik een gevolg van al bestaande problemen? Het NOS-journaal wist het antwoord: 'steeds meer jongeren raken door het blowen aan lager wal'. Gealarmeerd stelde SP-Kamerlid Langkamp tien vragen over het item aan VWS-minister Klink, die op 23 december antwoordde. Op de vraag hoe het komt 'dat er steeds meer jongeren moeten worden opgenomen vanwege een cannabisverslaving', antwoordde de minister: �Het aantal klinische behandelplaatsen voor jongeren is en wordt uitgebreid. Dit vormt mijns inziens de belangrijkste verklaring voor de toename van het aantal jongeren in jeugdklinieken.�

Deze opmerkelijk openhartige uitspraak hebben we niet terug gezien in het journaal. Evenmin zien of lezen we dat de ministers van justitie en VWS kritisch ondervraagd worden over hun repressieve drugsbeleid en het afscheid van de pragmatische harm reduction benadering, ondanks bewezen succes. Dat deze benadering wereldwijd steeds meer navolging krijgt is voor de gemiddelde krantenlezer een goed bewaard geheim. Weet die krantenlezer dat Portugal al in 2001 gebruikshoeveelheden soft �n hard drugs heeft gelegaliseerd? En dat er in dertien Amerikaanse staten dispensaries functioneren, waar je met een pasje cannabis kunt kopen? Hun totale aantal wordt boven de duizend geschat, ruim meer dan de krap 700 coffeeshops in ons land. Op 1 januari 2010 streven de Tsjechen ons voorbij qua decriminalisering: bezit van vijftien gram wiet, vijf gram hasj, veertig paddo's (!), 1,5 gram hero�ne en een gram coke is niet langer strafbaar. Niemand heeft het over VN-verdragen of EU-regels, waarmee dergelijk beleid in strijd zou zijn. Wereldwijd groeit de overtuiging dat de war on drugs een 'utter failure' is, in de woorden van Barack Obama. Drugs aan criminelen overlaten is een perverse strategie: hoe meer repressie, hoe hoger hun winsten. En er wordt geen gram minder door verkocht of gebruikt. Wel blijven politie en justitie aan het werk, en hulpverleners.

Milton Friedman vatte het jaren geleden al kernachtig samen: 'Most of the harm that comes from drugs is because they are illegal.' Toch worden de fundamenten van het verbod op cannabis en andere roesmiddelen zelden ter discussie gesteld. Niet door politici en niet in de media. Terecht constateren het Trimbos Instituut en het WODC in hun 'Evaluatie van het Nederlandse drugsbeleid' (2009): 'De discussie over de voor- en nadelen van de legalisering van softdrugs is nooit openlijk en structureel gevoerd.' De Vereniging voor Opheffing van het Cannabisverbod probeert die discussie op gang te brengen. Politici blijken daar meer voor open te staan dan de media: dit najaar voerde een VOC-delegatie overleg met drugswoordvoerders van vijf grote partijen. In die gesprekken betoogde de VOC dat een repressieve aanpak geen problemen oplost, maar die slechts vergroot. Alleen verdere decriminalisering biedt een structurele oplossing voor de situatie waarin we dankzij het cannabisverbod zijn beland. D��rover zou de discussie moeten gaan, niet over cannachoppers of 'cannabisverslaafde' jongeren. Cannabis hoort niet in de strafwet thuis, evenmin als alcohol of tabak. Daarom moet het cannabisverbod worden opgeheven.


Geachte heer Bergman,

Dank voor toezending van uw artikel. We zullen het niet plaatsen. Over onderwerpen als drugsbeleid plaatsen we liever pas artikelen als ze in de actualiteit staan.

Het spijt me.

Met vriendelijke groet,
Rob Biersma
redacteur opinie NRC Handelsblad


Geachte heer Biersma,

Hartelijk bedankt voor uw snelle reactie. De antwoorden van minister Klink over jongeren met 'cannabisverslaving' die in mijn artikel aan bod komen dateren van 23 december 2009, de genoemde wetswijziging in Tsjechi� gaat in op 1 januari 2010 en het drugsdebat in de Tweede Kamer staat gepland voor 12 januari 2010. Hoeveel actueler zou u het willen hebben? In het afgelopen jaar heb ik meerdere opinieartikelen over het drugsbeleid aangeboden, steeds naar aanleiding van de actualiteit. Twee keer is mij gevraagd een artikel in te korten tot 250 woorden voor publicatie als ingezonden brief; in beide gevallen is daarna besloten ook de brief-versie niet te publiceren. Uw reactie is wat mij betreft een perfecte illustratie van wat ik in mijn artikel betoog.

Met vriendelijke groet,

Derrick Bergman

Labels:



vrijdag 4 december 2009

Nieuwe aanpak wietteelt brengt ons van de regen in de drup
Door Derrick Bergman

De teelt van wiet valt binnenkort onder zware criminaliteit, meldde het NOS-journaal deze week. Aangespoord door de politiek verklaart justitie nu 'de oorlog' aan de wietteelt. Een dergelijke, op Amerikaanse leest geschoeide, aanpak brengt ons van de regen in de drup.

Op de kop af 38 jaar nadat de Amerikaanse president Nixon een 'war on drugs' afkondigde, doet Nederland hetzelfde voor cannabis. Voortaan zal wietteelt even hard worden aangepakt als handel in hard drugs. In Amerika zijn de resultaten van deze aanpak bekend: daar zitten ruim 700.000 mensen in de gevangenis voor cannabis. Toch is het gebruik van cannabis en andere drugs niet gedaald en is de drugsgerelateerde criminaliteit alleen maar toegenomen. Reden voor president Obama om de war on drugs een 'utter failure' te noemen, een totale mislukking. Maar in Nederland zal het heel anders gaan, menen justitie en politie. Ons land telt naar schatting 30 tot 40.000 hennepkwekerijen, meldde het NOS-journaal, 'het landelijk parket en de nationale recherche trekken dan ook een aantal jaren uit om de georganiseerde misdaad die daarachter zit aan te pakken'.

Sinds de Amerikaanse drooglegging (1920-1933) is bekend dat de georganiseerde misdaad haar bestaan dankt aan het verbieden van het populaire roesmiddel alcohol. Het mechanisme is simpel: de vraag naar alcohol is constant, dus leidt 'hard aanpakken' van leveranciers en producenten slechts tot betere organisatie van de verboden handel, hogere prijzen, grotere criminele winsten, meer corruptie en meer geweld . Zonder drooglegging geen Al Capone. En zonder cannabisverbod geen Klaas Bruinsma. Er bestaan natuurlijk verschillen tussen alcohol en cannabis. In de eerste plaats de gezondheidsrisico's: niet voor niets zette het RIVM in haar 'ranking van drugs' alcohol op de derde plaats en cannabis op de elfde. Nog een verschil: cannabis is veel makkelijker zelf te produceren dan alcohol. Hennep is een onkruid, dat overal makkelijk groeit. Meer dan aarde en water heb je niet nodig, en een hoge druk natriumlamp als je binnen wil kweken.

De belangrijkste overeenkomst tussen alcohol en cannabis is dat miljoenen mensen deze roesmiddelen met plezier consumeren zonder noemenswaardige schade voor zichzelf of hun omgeving. Een minderheid van de alcoholconsumenten komt door misbruik in de problemen, net als een -veel kleinere- minderheid van de cannabisgebruikers. Vanuit deze rationele benadering heeft Nederland in 1976 de Opiumwet herzien, waardoor gebruik en bezit van cannabis niet langer een misdrijf was, maar een overtreding. Omdat je geen cannabis kunt gebruiken zonder het te verwerven, werd binnen strenge kaders kleinhandel in coffeeshops toegestaan. Dit beleid, gericht op decriminalisering en normalisering, heeft haar vruchten afgeworpen. Anders dan in andere landen kun je in Nederland fatsoenlijke cannabis kopen in een veilige omgeving, zonder met andere drugs te worden geconfronteerd, zonder te worden opgelicht en zonder het risico op arrestatie of nog erger.

De problemen die zich voordoen rond groothandel en teelt van cannabis zijn ontstaan door een cruciale weeffout in het beleid: de zogenaamde achterdeur. Het is coffeeshophouders verboden om cannabis in te kopen en om meer dan 500 gram voorraad te hebben, ongeacht de grootte van hun klantenbestand. Herhaalde smeekbedes van zo ongeveer alle burgemeesters �n van een Kamermeerderheid (2005) ten spijt, heeft justitie experimenten met gereguleerde aanvoer van coffeeshops altijd tegengehouden. De regering liet die aanvoer liever over aan al dan niet georganiseerde criminelen. Daarbij kregen de zogenaamde 'grote jongens' voorrang: aanvankelijk werden vooral de kleine thuistelers aangepakt en dakloos gemaakt. Zo werd het fijnmazige, vrijwel geweldloze systeem van kleine kwekers die de shops bevoorraden, om zeep geholpen. Opnieuw deden de 'wetten van de drooglegging' zich gelden: de prijzen gingen omhoog, de kwaliteit daalde, de organisatiegraad steeg en geweld en corruptie namen toe.

In de discussie over cannabis en coffeeshops lijkt volksgezondheid geen rol meer te spelen. 'Harm reduction' is ingeruild voor 'zero tolerance'. Na gedogen is ook tolerantie een vies woord geworden. Het geloof in repressie is grenzeloos; weinig regeringen voerden zoveel verboden in als de kabinetten Balkenende. De coffeeshop moet blijven bestaan, verordonneert de regering in haar recente Hoofdlijnenbrief drugsbeleid. Dat de aangekondigde 'oorlog tegen wiet' het werk van coffeeshophouders nog onmogelijker zal maken dan het nu al is, doet niet terzake. De bakker mag blijven, het graan wordt uitgeroeid. Als wietteelt inderdaad onder zware criminaliteit gaat vallen, zullen steeds meer mensen in de gevangenis belanden voor cannabis, net als in de VS. Deze 'hercriminalisering' zal slechts contraproductieve gevolgen hebben. De VS kunnen erover meepraten; daar functioneren inmiddels ruim duizend 'dispensaries', waar volwassenen met een pasje cannabis aan kunnen schaffen. Ook teelt en aanvoer naar deze 'apotheken' is gereguleerd. Niemand heeft het over de internationale verdragen waarmee Nederlandse politici altijd schermen als het over regulering van cannabis gaat. In Europees verband is er ook best ruimte voor verdere regulering. Al in mei 2005 verklaarde EU-commissaris van justitie Frattini expliciet dat Nederland cannabis mag legaliseren, zolang we de export maar tegengaan.

De richting die justitie en politie zijn ingeslagen op het gebied van cannabis brengt ons van de regen in de drup. Dat is ook de stellige overtuiging van Dries van Agt, voormalig ministerpresident en eerste lijsttrekker van het CDA. Bij de aanvaarding van de Cannabis Cultuurprijs 2009, voor zijn sleutelrol bij de herziening van de Opiumwet van 1976, zei Van Agt: 'De wet moet zeker niet veranderd worden in de zin die vandaag de dag in de mode geraakt, dat wil zeggen verscherping en criminalisering. Het tegendeel van wat zou moeten gebeuren en dat is voortgezette decriminalisering en legalisering. We gaan in dit land, ik stel het met ontzetting vast, de verkeerde richting op.' Toch zal deze golf van repressie ooit terugrollen, meent Van Agt. 'Het getij is tegen ons. Maar tenslotte, wis en zeker, zal tolerantie het winnen van repressie. We shall overcome!'
de auteur is publicist en actief voor de VOC, de Vereniging voor Opheffing van het Cannabisverbod

Labels:



woensdag 9 september 2009

Kabinet laat cannabisteelt over aan criminelen
Door Derrick Bergman. Gepubliceerd in het Eindhovens Dagblad en het Brabants Dagblad

Het kabinet blijft coffeeshops gedogen maar laat de belangrijkste weeffout in het beleid, de aanvoer aan de achterdeur, ongemoeid. De cannabisteelt wordt nog steeds aan criminelen overgelaten. Het is hoog tijd voor een fundamentele discussie over nut en noodzaak van het verbod op cannabis.

Het kabinet kiest voor een strategie van pappen en nathouden: coffeeshops blijven bestaan en met een pasjessysteem wordt geprobeerd buitenlandse bezoekers te weren. De kans is klein dat de Europese rechter zal instemmen met deze vorm van discriminatie wegens afkomst. Dat zou betekenen dat er in de praktijk nauwelijks iets verandert, hoewel alle betrokkenen erkennen dat het gedoogbeleid in haar huidige vorm ernstige nadelige effecten heeft. Sinds een jaar of tien heeft de opsporing en vervolging van cannabisteelt een hoge prioriteit. De resultaten van deze 'harde aanpak' zijn desastreus: kleine thuiskwekers zijn gestopt met kweken uit angst dakloos te worden, hun plaats is ingenomen door grote jongens die er meestal andere normen en waarden op nahouden. Gevolgen voor de cannabismarkt: meer geweld, hogere prijzen en vervuiling van het product door verzwaren, versnijden en onverantwoord gebruik van bestrijdingsmiddelen. Ondertussen wordt er geen gram cannabis minder gerookt of gekweekt.

Ook de druk op de coffeeshops is stevig opgevoerd: het aantal shops is meer dan gehalveerd, de maximale verkoophoeveelheid ging van dertig naar vijf gram en de onwerkbare voorraadregel wordt zeer streng gehandhaafd. Met het onzinnige 'afstandscriterium' -een coffeeshop mag niet dichter dan 250 meter van een school staan- proberen gemeenten nog meer shops te sluiten. Het beslag dat de jacht op cannabis op politie en justitie legt is enorm. Illustratief is een uitspraak van korpschef Frans Heeres van de politie Midden en Westbrabant in BN/De Stem van 6 augustus: �Veertig procent van ons opsporingsapparaat wordt ingezet tegen de hennepcriminaliteit. Hennep is onze grootste zorg.� Laat deze laatste zin even doordringen: niet verkrachtingen, overvallen, mensenhandel of moord zijn de grootste zorg van de politie, maar hennep. Hoe lang is dit nog aan de burger uit te leggen? Wanneer realiseert de overheid zich dat de problemen rond cannabis vrijwel allemaal zijn toe te schrijven aan het strafrechtelijke verbod op deze plant? Of het nu gaat om volksgezondheid, veiligheid of openbare orde: elke maatregel om controle, schadebeperking en overlastbestrijding bij teelt, handel en gebruik van cannabis te bevorderen, stuit nu onherroepelijk op het probleem dat een groot deel van de cannabismarkt een noodgedwongen illegaal karakter heeft.

Als de burger cannabis mag bezitten en gebruiken, moet dit produkt ook op legale wijze geproduceerd en gedistribueerd kunnen worden. Maar de minister van justitie blokkeert elk voorstel van lokale overheden om bevoorrading van coffeeshops te reguleren, met een simpele verwijzing naar het cannabisverbod. Juist nu steeds meer landen dit verbod heroverwegen, zou het kabinet een fundamentele discussie over cannabis en strafrecht niet langer uit de weg moeten gaan. In de VS, Mexico, Argentini�, Brazili�, Portugal, Spanje en Tsjechi� groeit de overtuiging dat criminalisering van de cannabismarkt geen problemen oplost, maar deze juist groter maakt. Cannabis, het op een na meest gebruikte roesmiddel ter wereld, hoort niet thuis in de strafwet, evenmin als tabak of alcohol. Wat de schadelijkheid van deze roesmiddelen betreft spreekt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) duidelijke taal in een deze zomer gepubliceerde 'ranking van drugs'. Alcohol en tabak staan in deze lijst op de derde en vierde plaats, cannabis op plaats elf. Alleen al deze ranking zou voldoende moeten zijn voor een fundamentele heroverweging van het cannabisverbod.

In plaats van pappen en nathouden moet het kabinet zich internationaal hard gaan maken voor een einde aan de 'war on cannabis'. In de VS wordt cannabis steeds vaker genoemd als 'cash crop': regulering van de markt levert miljoenen aan accijns op, naast de miljarden die worden bespaard als de jacht op de plant eindelijk stopt. Ook Nederland loopt honderden miljoenen mis door het in stand houden van een falend systeem. Cannabis is een natuurlijk roesmiddel dat wereldwijd door miljoenen mensen met plezier wordt gebruikt, zonder noemenswaardige schade voor zichzelf of anderen. Niet de plant is het probleem, maar het verbod. Zolang dat verbod wordt gehandhaafd, zullen de misstanden blijven voortduren.

Labels: ,



vrijdag 26 juni 2009

Stop de Hollandse hennepoorlog
door Derrick Bergman

Het regeerakkoord van dit kabinet is glashelder: geen experimenten met de achterdeur van de coffeeshop in deze kabinetsperiode. Maar het Openbaar Ministerie trekt zich weinig van deze afspraak aan en gaat in de Hollandse hennepoorlog steeds een stapje verder. Met de vervolging van een coffeeshop in Almere probeert het OM de achterdeur nu de facto illegaal te verklaren.

Terwijl burgemeesters en ambtenaren in Eindhoven congresseerden over de vraag 'Wat doen we met onze coffeeshops?', viel op 18 juni een politiemacht van 65 man binnen bij coffeeshop Koffie en Dromen in Almere, het kantoor en de woonhuizen van de bedrijfsleiding. De coffeeshop, beter bekend als 'de blowboot', ligt pal naast een politiebureau. Nadat de gemeente Almere had besloten dat er een coffeeshop moest komen, riep zij in 1997 gegadigden voor een gedoogvergunning op zich te melden. De vergunning ging naar de huidige eigenaar, die destijds een coffeeshop in Den Haag runde. Vanaf dag ��n is intensief samengewerkt tussen gemeente en coffeeshop, die aan een hele rij eisen moest en moet voldoen op het gebied van voorlichting, registratie van verkochte hoeveelheden en overlastbeperking. Als dank voor de goede samenwerking wordt nu alle winst vanaf 2001 gevorderd. Want, zegt het Openbaar Ministerie, de inkoop van cannabis is illegaal en de daarmee verkregen winst dus ook. Alles wijst erop dat 'Koffie en Dromen' voor het OM een pilot project is; als de rechter deze vordering toestaat is de gedoogde achterdeur van de coffeeshop de facto afgeschaft. De inkoop van coffeeshops is immers altijd verboden geweest; een coffeeshop mag maximaal 500 gram cannabis op voorraad hebben, maar er bestaat geen richtlijn over waar die voorraad vandaan komt.

De redenering dat de winst van een coffeeshop illegaal is, omdat de inkoop illegaal is, vormt een nieuw element in het soft drugsbeleid. In die zin druist de vervolging van Koffie en Dromen rechtstreeks in tegen het regeerakkoord. Die vervolging is geen incident, maar een volgende stap in de Hollandse hennepoorlog die een jaar of tien geleden is ingezet. Sindsdien is het aantal coffeeshops gehalveerd, werd de strafmaat voor hennepteelt meermaals verhoogd en ontstond een klopjacht op thuiskwekers, die nu zelfs met onbemande helikopters worden opgespoord. Deze draconische aanpak heeft louter averechtse effecten gesorteerd: door het uitschakelen van de kleinschalige thuiskweker is de rode loper uitgelegd voor criminele organisaties. De intensieve bestrijding heeft de prijzen van cannabis tot ongekende hoogten opgestuwd, waardoor de teelt nog aantrekkelijker werd voor criminelen. De prijs van een gram wiet in de coffeeshop is nu vrijwel gelijk aan die van een gram speed in het illegale circuit. Coffeeshophouders worden gedwongen hun voorraad te betrekken bij zware jongens. Een branche waarin tien jaar geleden nauwelijks geweld voorkwam wordt nu geteisterd door ripdeals, intimidatie en agressie. En nu de kleine thuiskweker is uitgeschakeld wordt de coffeeshops verweten dat zij zaken doen met grote kwekers.

Door de halvering van het aantal coffeeshops is het een stuk drukker geworden in de overgebleven shops. En dat levert die shops het verwijt op dat ze 'te groot' zijn geworden. Volgens het ministerie van justitie is 'harm reduction' nog steeds 'een belangrijk uitgangspunt' van het Nederlandse drugsbeleid. Maar juist op dat punt heeft de Hollandse hennepoorlog geen enkel positief effect opgeleverd. Het cannabisgebruik is vrijwel onveranderd en de teelt van cannabis is eerder in omvang toe- dan afgenomen. Door het sluiten van coffeeshops zijn steeds meer cannabisgebruikers aangewezen op het illegale circuit van thuis- en straatdealers. Hier gelden geen leeftijdsbeperkingen, bestaat geen scheiding der markten voor soft en hard drugs, wordt geen belasting betaald en niets gecontroleerd. Je zult als cannabisgebruiker maar in Roosendaal of Bergen op Zoom wonen, waar de markt op 1 september volledig aan dit illegale circuit wordt overgedragen. E�n simpele waarheid lijkt maar niet door te dringen tot de generaals van de hennepoorlog: als je iets verbiedt, houdt het nog niet op te bestaan. Dat blijkt wel uit de Europese cijfers over cannabisgebruik: dat ligt in de meeste EU-landen hoger dan in Nederland, ook al hebben zij niet ��n coffeeshop.

Als de Hollandse hennepoorlog nog even doorgaat, zijn we weer terug bij de toestand van begin jaren zeventig, toen hero�negebruik sterk in opkomst was. Het idee om cannabisgebruikers af te schermen van de markt voor hard drugs kwam niet uit de lucht vallen en heeft zijn waarde bewezen: het aantal probleemgebruikers van hard drugs is in ons land -even afgezien van alcohol- aanmerkelijk lager dan in landen met een repressief drugsbeleid. Voorbeeld bij uitstek is Amerika, waar het debat over belasten en reguleren ('tax and regulate') van cannabis tot op het hoogste niveau wordt gevoerd sinds de inauguratie van Barack Obama. Wereldwijd groeit de consensus dat verbieden geen oplossing is, maar de schade door drugsgebruik en handel juist vergroot en dat de 'war on drugs' in het voordeel werkt van de criminelen die men zegt te bestrijden. Dat wist Nederland al in de jaren zeventig, maar die kennis lijkt nu vergeten. Als Balkenende volgende maand te gast is in het Witte Huis, moet hij zijn gastheer maar eens vragen naar zijn gedachten over de 'war on drugs', die Obama eerder 'an utter failure' noemde. Voor de Hollandse hennepoorlog geldt precies hetzelfde. De beste manier om problemen rond cannabisgebruik en handel te bestrijden is deugdelijke en doordachte regulering, zoals bij alcohol en tabak. Het besparen van de enorme hoeveelheden belastinggeld en politiecapaciteit die nu gemoeid zijn met de bestrijding van cannabis �n de honderden miljoenen accijns die legale cannabis op zal leveren vormen een belangrijk bijkomend voordeel van zo'n regulering. Stop dus de heilloze hennepoorlog en hef het cannabisverbod op.

(de auteur is publicist en actief voor de VOC, Vereniging voor Opheffing van het Cannabisverbod)

Labels: , ,



zondag 7 juni 2009

De dikke duim van Frank Bovenkerk
Ingezonden artikel voor de Volkskrant, door Derrick Bergman

En weer lukte het criminoloog Frank Bovenkerk alle media te halen, deze keer met de claim dat ruim de helft van de 'Marokkaans-Nederlandse jongemannen in Rotterdam' met de politie in aanraking is geweest op verdenking van een delict. 'Marokkaan scoort hoog in misdaad Rotterdam' luidde de opening van de Volkskrant over deze 'absoluut schrikbarende cijfers'. Bovenkerk wil graag 'meten en benoemen', meldde hij in een paginagroot interview in de Volkskrant van 6 juni. Helaas doet hij alleen het laatste. En niet voor het eerst.

In het interview wordt kort aandacht besteed aan de enorme uitglijder die Bovenkerk maakte tijdens de parlementaire enqu�tecommissie van Traa in 1995. Destijds claimde hij dat 'enkele tientallen procenten van de volwassen Turkse mannen in Amsterdam in enigerlei functie bij de georganiseerde misdaad betrokken zijn'. Dat vond Bovenkerk 'een spectaculair hoog percentage'. Maar er was helemaal geen percentage, bleek tijdens zijn tweede verhoor. In het verslag van de commissie van Traa lezen we op pagina 40: �In dit verhoor maakte Bovenkerk echter duidelijk dat er geen bestand bestond of dat er andere cijfers waren die de conclusie konden onderbouwen dat enkele tientallen procenten van de volwassen Turkse mannen bij de georganiseerde criminaliteit betrokken zijn. (...) Het bleek niet mogelijk tot een verantwoord percentage van het aandeel van de Turkse bevolking in de georganiseerde criminaliteit te komen.� Hoezo meten en benoemen? Dit was eerder speculeren en stigmatiseren. Zes jaar later ging het op exact dezelfde manier mis, toen Bovenkerk in zijn boek 'Misdaadprofielen' een hoofdstuk wijdde aan de hennepteelt in Nederland. Citaat: 'deze bedrijvigheid is voor een belangrijk deel georganiseerd door bekende misdadigers en daaronder zijn de zogenaamde kampers prominent vertegenwoordigd.' En: 'ofschoon veel telers begonnen zijn hun woonruimte vrijwillig te verhuren, is er nu ook sprake van dwang en intimidatie.'

Vooral deze laatste opmerking was koren op de molen van politici die af wilden van het Nederlandse drugsbeleid, waarin niet repressie maar harm reduction centraal staat. Met de 'wetenschappelijke' conclusies van Bovenkerk in de hand, slaagden die politici er in een ware oorlog tegen wiet te ontketenen. Maar hoe wetenschappelijk waren die conclusies eigenlijk? Daarover heeft Bovenkerk zelf een paar interessante uitspraken gedaan in het maandblad EssensiE van december 2001. Op de vraag welke bewijzen hij heeft voor dreiging en intimidatie bij de hennepteelt antwoordde hij: �Ik bespreek twintig van die politie-acties in het boek en ik heb het die politiemensen steeds gevraagd. Niet eens suggererend, ik liet ze gewoon zelf vertellen. Ze komen altijd zelf en op hun eigen manier met intimidatie-praktijken. Tastbaar bewijs vormden een paar woningen die zijn afgebrand. En er komen mensen op het bureau die eigenlijk van het kweken af willen. Maar dat lukt niet meer. Want ze worden gedwongen.(...) Ze proberen sociaal zwakke figuren met overredingskracht zo ver te krijgen dat ze ruimte afstaan. Als ze dat niet willen wordt er -denk ik- gedreigd, na verloop van tijd. Daar zijn een aantal voorbeelden van. De Telegraaf had een hele pagina over zo'n intimidatie.� Maar welk deel van de hennepteelt verloopt er volgens Bovenkerk dan op deze manier? �Geen idee. Weet ik echt niet.� Kortom: Bovenkerk heeft met een paar politieagenten gesproken en iets in de Telegraaf gelezen. Dat noemt hij 'meten en benoemen'. Bovenkerk: �Het dreigende zit hem in die intimidatie. Daarvan heb ik een paar voorbeelden, nog niet meer. Dat is waar. Je kunt je afvragen of dat sterk genoeg is. Ik beredeneer op theoretische gronden dat dit soort arbeidsrelaties onvermijdelijk met dreiging gepaard gaat. Daarom voorspel ik dat dat toe zal nemen. Hoeveel van die arbeidsrelaties nu berusten op intimidatie weet ik niet.� De verharding van het Nederlandse soft drugsbeleid, tot aan de inzet van onbemande 'canna-choppers' toe, is dus gebaseerd op claims die op geen enkele wijze cijfermatig zijn onderbouwd.

En nu hebben we dan de 'absoluut schrikbarende cijfers' over Marokkaans-Nederlandse jongemannen in Rotterdam, waarvan 54,7 procent met de politie in aanraking is geweest. Let wel: het gaat niet om veroordelingen. Maar, zegt Bovenkerk in het interview met de Volkskrant: 'Je wordt echt niet aangehouden met een kapot achterlichtje.' Wie niet, zoals de hoogleraar, in een blanke enclave in Amsterdam-Zuid woont, weet dat je daarvoor wel degelijk wordt aangehouden. Of voor fietsen in de stad, 'samenscholing' of zelfs 'door rood licht lopen'. Vooral als je er uitziet als een Marokkaan. En de nuance dat die 54,7 procent geen betrekking heeft op veroordelingen maar verdenkingen gaat in Nederland anno 2009 onmiddellijk verloren. Zie de kop in de Volkskrant van 4 juni: 'Marokkaan scoort hoog in misdaad Rotterdam'. Hoe zou het toch komen dat een criminoloog die in het verleden meermaals heeft bewezen ondeugdelijke methodes te hanteren zoveel aandacht krijgt in de media? En dat journalisten zijn gespeculeer steeds weer klakkeloos overnemen? En dat politici zelfs beleid baseren op Bovenkerks dikke duim? Terwijl hij nota bene zelf zegt: 'Ik verzet me er tegen dat deze gegevens worden gebruikt als ingang voor beleid en de strafrechtspleging.' Misschien moet Bovenkerk dat eens proberen uit te leggen aan de mensen die vanwege een paar wietplantjes hun huis kwijt zijn geraakt, op de zwarte lijst van woningbouwverenigingen zijn gezet en financieel en maatschappelijk zijn geru�neerd. Of aan al die Turkse Nederlanders die hij heeft gestigmatiseerd met zijn verhoren bij de commissie van Traa. Of aan al die Marokkaanse Nederlanders die dankzij het 'meten en benoemen' van de hoogleraar als crimineel worden bestempeld. Of aan al die woonwagenbewoners, 'kampers' in Bovenkerks beledigende jargon, die niets met hennepteelt te maken hebben. Voor al deze mensen is er ��n lichtpuntje: gelukkig is hoogleraar Frank Onderbuik nu met pensioen.

Labels: , ,



woensdag 13 mei 2009

Limburgs wietplan is gedoemd te mislukken
Artikel van Derrick Bergman. Tevens gepubliceerd in het Eindhovens Dagblad en het Brabants Dagblad.

Het deze week in Maastricht gepresenteerde plan 'Limburg trekt z'n grens' is al mislukt voordat het is ingevoerd. Door de weigering van justitieminister Hirsch Ballin om elk experiment met gereguleerde aanvoer van coffeeshops toe te staan, blijft het belangrijkste obstakel voor een werkelijk transparant systeem recht overeind staan.

Kern van het Limburgse plan is een verplicht pasjessysteem, registratie van elke aankoop en een maximale verkoophoeveelheid van drie gram cannabis per klant per dag. De coffeeshop wordt, in de woorden van de Maastrichtse burgemeester Leers, omgevormd van 'een open inrichting in een gesloten inrichting'. In totaal behelst het plan veertien maatregelen, waarvan de tiende politiek het meest omstreden is: �Aan een volledig transparante voordeur kan een transparante achterdeur gekoppeld worden. Door de coffeeshophouder tevens verantwoordelijk te maken voor de gemaximeerde teelt wordt deze gedecriminaliseerd. Bevoorrading en verkoop wordt vanuit de coffeeshop bedrijfsmatig verantwoord (o.a. ten opzichte van de Belastingdienst) en kwaliteitscontrole (in het belang van de volksgezondheid) wordt mogelijk.� Justitieminister Hirsch Ballin, bij de presentatie aanwezig met zijn collega ter Horst, torpedeerde dit voornemen in niet mis te verstane bewoordingen. �Wat betreft de achterdeur wil ik helder zijn dat het niet onze bedoeling is om nu ook een gedoogde hennepteelt in Nederland een plaats te geven via het openzetten van de achterdeur.�

De minister van justitie kiest er dus voor om de teelt en groothandel van cannabis volledig over te laten aan criminelen. Coffeeshophouders blijven verplicht zaken te doen, �n omzet te genereren, bij al dan niet georganiseerde criminelen. Productcontrole blijft onmogelijk, terwijl er in toenemende mate vervuilde en verzwaarde cannabis op de markt komt. Met dank aan de steeds draconischere opsporing en vervolging van cannabisteelt, waarvoor nu zelfs onbemande helicopters worden ingezet. Hirsch Ballin motiveert zijn afwijzing van experimenten met de achterdeur door te wijzen op internationale verdragen die het Nederland onmogelijk zouden maken cannabisteelt op welke manier dan ook te reguleren. Dit is lariekoek. De internationale verdragen bieden ook geen ruimte voor coffeeshops waar vrijelijk cannabis wordt verkocht en toch hebben we die al meer dan dertig jaar. Wie een beetje op de hoogte is van de ontwikkelingen in Amerika en de rest van de wereld, weet bovendien dat het wereldwijde totaalverbod op cannabis zijn langste tijd heeft gehad. Amerika telt anno 2009 meer coffeeshops dan Nederland, ruim duizend, alleen noemen ze die winkels daar anders: buyers clubs. Een kwart van de Amerikaanse bevolking heeft toegang tot deze clubs, die in dertien staten zijn toegestaan. De republikeinse gouverneur van Californi�, Arnold Schwarzenegger, heeft onderzoek aangekondigd naar legalisering en belasting van cannabis. Dit zou zijn staat naar schatting 1,3 miljard dollar accijns per jaar opleveren.

Terwijl de Amerikaanse president Obama heeft verklaard dat de 'war on drugs' een totale mislukking ('utter failure') is, gaat Nederland steeds verder het oorlogspad op. In plaats van in internationaal verband te werken aan het openbreken van de drugsverdragen voor wat betreft cannabis, voert het kabinet de druk steeds verder op. Het Limburgse pilot-project is nadrukkelijk bedoeld als model voor landelijk beleid: een verplichte wietpas voor alle Nederlanders, inclusief registratie �n opslag van alle gegevens over identiteit, aankopen en frequentie van het coffeeshopbezoek. Als het College Bescherming Persoonsgegevens met zo'n constructie akkoord zou gaan, is zij haar naam niet langer waardig. Maar zover zal het niet komen. Marc Josemans, voorzitter van de Vereniging Offici�le Coffeeshops Maastricht (VOCM), heeft al laten weten dat de verschillende maatregelen in het plan wat hem betreft onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Met andere woorden: geen regeling voor de achterdeur betekent geen medewerking van de coffeeshops aan het plan. Mocht het pasjesplan toch doorgaan, dan ligt voor de hand dat de drugstoerist zijn cannabis gaat kopen in andere provincies of bij Limburgse straatdealers, met alle overlast van dien. Op extra politiecapaciteit hoeven de Limburgse gemeenten echter niet te rekenen, verklaarde minister ter Horst bij de presentatie van 'Limburg trekt z'n grens'.

Toch is de oplossing voor de bestaande problemen rond cannabis en coffeeshops helemaal niet zo ingewikkeld. Op persoonlijke titel verklaarde Leers tijdens de presentatie dat hij 'gewoon voor liberalisering en regulering van dat spul is': 'Houd er mee op, met die onzin, als zoveel mensen dat gebruiken.' Hoe goed bedoeld Leers' nieuwe plan ook is, het is gedoemd om te mislukken. Criminele markten ontstaan en floreren door repressie en verbodsbepalingen. Of, zoals D66 Kamerlid Boris van der Ham het afgelopen zaterdag zei op Cannabis Bevrijdingsdag: �Door het huidige halfslachtige beleid in Nederland is een deel van de wietproductie in handen van de maffia en daar hoort die niet thuis. Net zoals ook de alcoholproductie niet in de handen van de maffia thuishoort.� Zolang deze simpele waarheid niet doordringt tot de Haagse beleidsmakers, blijft het coffeeshopbeleid hozen in een lekke boot.

Labels: , ,



woensdag 6 mei 2009

Pim zou het zo gerookt hebben
Ingezonden brief van Derrick Bergman in De Pers van vandaag.

Een kleine aanvulling op het artikel �Geert is geen Pim� (pagina 6, dinsdag): Pim Fortuyn wilde cannabis direct legaliseren en de fiscus laten profiteren van de winsten in deze lucratieve bedrijfstak. Uitroeien van cannabis noemde hij �utopisch� en bestrijding �absurd�. Geert Wilders� visie op cannabis is honderd procent tegenovergesteld; hij wil alle coffeeshops sluiten en de wietteelt �keihard aanpakken�.

De Partij voor de Vrijheid � what�s in a name? � is dus voorstander van een beleid dat een miljoen Nederlanders criminaliseert, echte criminelen de wind in de zeilen geeft en alle Nederlanders opzadelt met meer straathandel en overlast. Als hij durft te komen, is Wilders aanstaande zaterdag van harte welkom op Cannabis Bevrijdingsdag op het Museumplein in Amsterdam. Pim Fortuyn, die niet onder stoelen of banken stak dat hij zelf ook graag een jointje rookte, zou er zeker zijn geweest.

Labels: , ,



vrijdag 27 maart 2009

Wil de helft van de Amsterdammers echt van de coffeeshops af?
CDA-voorzitter Peter van Heeswijk zegt in de Volkskrant van 21 maart dat de helft van alle Amsterdammers van de coffeeshops af wil. Maar is dat wel echt zo?
Door Derrick Bergman

Van Heeswijk's uitspraken vervulden mij met verbazing, maar het stond er toch echt: �Uit een onderzoek blijkt dat de helft van de Amsterdammers schoon genoeg heeft van het romantische beeld van coffeeshops. Als een relikwie van de flowerpowerperiode. De helft van de Amsterdammers is het hartstikke beu.� Na twee mailtjes wilde de CDA-voorzitter zijn bron wel noemen: een enqu�te onder 405 Amsterdammers, in november 2007 uitgevoerd door de Dienst Onderzoek en Statistiek van de gemeente, in opdracht van de CDA-fractie. Het onderzoek bestond uit vijf vragen. Vraag drie luidde: Moet het gedoogbeleid omtrent softdrugs worden afgeschaft? Hierop antwoordde 28 procent van de ondervraagden met ja en 66 procent met nee. De vraag of het drugsbeleid van de gemeente Amsterdam strenger moet worden, werd door 39 procent bevestigend beantwoord.

Hoe kan van Heeswijk op basis van dit onderzoek nu claimen dat de helft van de Amsterdammers de coffeeshops 'hartstikke beu' is? Door een specifieke vraag uit het onderzoek te veralgemeniseren: Vindt u dat coffeeshops in een straal van 250 meter rond scholen gesloten moeten worden? Op die vraag antwoordde 65 procent bevestigend. Zo komt van Heeswijk tot zijn conclusie, waar hij dan zelf de interpretatie bij verzint over 'het romantische beeld van de coffeeshops als een relikwie van de flowerpowerperiode'. Wie, zoals van Heeswijk, terug wil naar de tijd van huis- en straatdealers, wie honderdduizenden Nederlanders wil criminaliseren en de realiteit wil ontkennen, is een relikwie van ver v��r de flowerpowerperiode. 'Criminelen zijn trots op het CDA' concludeerde Hans van Duijn, voormalig voorzitter van de Nederlandse Politiebond, tijdens het Cannabis Tribunaal in Den Haag. �Want door het CDA en de andere partijen die het gedoogbeleid willen be�indigen zijn criminelen in staat crimineel te zijn, in de zwarte wereld hun werk te doen, enorme winsten te maken, de prijzen zelf te bepalen en dood en verderf te zaaien.�

Peter van Heeswijk mag best pleiten tegen coffeeshops en het gedoogbeleid, maar hij moet niet liegen over het aantal Amsterdammers dat het met hem eens is. Amsterdammers weten heel goed dat coffeeshops veel meer voor- dan nadelen hebben voor de stad. Ze begrijpen ook dat een verbod op coffeeshops een explosie van overlast zal veroorzaken. Dat blijkt wel uit het antwoord op de eerste vraag van het onderzoek: bent u voor of tegen het verbod op de verkoop van paddo's? Slechts 31 procent van de Amsterdammers blijkt voorstander van dit verbod. Maar die uitkomst heeft van Heeswijk wijselijk verzwegen.

Derrick Bergman is journalist en fotograaf en redacteur van maandblad EssensiE.

Labels: , , , ,



maandag 16 maart 2009

De verzinsels van Max Daniel
In de rubriek Ongeredigeerde ingezonden stukken van Derrick Bergman, zijn ongepubliceerde reactie op het artikel 'Vietnamezen mogelijk spil Europese wietteelt' in de Volkskrant van 20 februari en de rubriek van Ombudsman Thom Meens hierover d.d. 28 februari.

Terecht zet Ombudsman Thom Meens grote vraagtekens bij het artikel 'Vietnamezen mogelijk spil Europese wietteelt'. De enige met name genoemde bron van dit tendentieuze verhaal is Max Daniel, hoofd van de Taskforce Aanpak Georganiseerde Hennepteelt. Het is niet voor het eerst dat Daniel een journalist voor zijn karretje weet te spannen met ongefundeerde verdachtmakingen.

Max Daniel weet hoe hij in de publiciteit moet komen: een paar maanden terug publiceerde NRC/Handelsblad een paginagroot interview, waarin hij een hele reeks ongefundeerde verdachtmakingen uitte. Zo 'weet' Daniel dat 'ten minste 80 procent' van de in Nederland gekweekte wiet bestemd is voor de export en dat wiet kweken alleen mogelijk is met 'goede apparatuur'. Nog zo'n verzinsel: de wietkweker moet er tegenwoordig voor zorgen dat de planten 'al in vier weken tot rijping komen'. Wie ook maar iets weet van wietteelt, zal hartelijk lachen om dergelijke onwaarheden. Toch nemen journalisten van kwaliteitskranten als de Volkskrant en NRC/Handelsblad deze claims klakkeloos over. De Ombudsman laakt de berichtgeving over de vermeende Vietnamese betrokkenheid bij wietteelt, omdat daarmee in Nederland wonende Vietnamezen worden gestigmatiseerd. Dat is een nobele motivatie, die echter voorbij gaat aan de werkelijke oorzaak van deze journalistieke uitglijder: het succesvolle pr.-offensief van politie en justitie om de cannabisbranche in een kwaad daglicht te stellen.

Moraal van het verhaal van Daniel c.s.: de kleinschalige 'zolderkweker' is uitgestorven en de wietteelt is overgenomen door keiharde criminele bendes, die zich ook met wapenhandel, mensenhandel en gedwongen prostitutie bezig houden. Oh ja, en ze laten 'kindslaven' hun wiet knippen, zoals de Volkskrant meldde in het artikel over de Vietnamezen. Journalisten schrijven dit soort smeu�ge verhalen graag op, maar vertellen er nooit bij dat het aanpakken van kleinschalige kwekers specifiek overheidsbeleid is. Vanaf 2000 zijn honderden kleine kwekers hun huizen uitgezet en door woningbouwverenigingen op zwarte lijsten geplaatst. Vanwege een paar hennepplanten zijn hele gezinnen dakloos gemaakt. Willens en wetens is het fijnmazige systeem van thuiskwekers die de koffieshops bevoorraadden de nek omgedraaid. Tegelijkertijd werd ruim baan gegeven aan grootschalige kwekers, die er doorgaans heel andere normen en waarden op nahouden dan hun voorgangers. Resultaat: de prijzen stegen, de kwaliteit daalde, versnijding en vervuiling van wiet deden hun intrede en het geweld rond teelt en handel nam toe.

De overheid koos expliciet voor deze desastreuze koers, onthulde de Algemene Rekenkamer in het rapport 'Handhaven en gedogen' (2005). Citaat: �Hennepteelt waarvan geen overlast uitgaat (met name de � soms zeer bedrijfsmatig georganiseerde- teelt in loodsen en op industrieterreinen) krijgt geen prioriteit.� Met andere woorden: de politie heeft zorgvuldig de weg vrij gemaakt voor de grote kwekers door de kleintjes te elimineren, om nu te klagen dat de teelt gedomineerd wordt door grote kwekers. Keer op keer miskennen journalisten dat de stellige uitspraken over wietteelt van mensen als Max Daniel per definitie speculatief zijn: zolang de overheid regulering van die teelt tegenhoudt, blijven we aangewezen op schattingen, extrapolaties en 'bronnen van horen zeggen', zoals de Ombudsman het formuleert. Wat daarbij opvalt is dat media onevenredig veel aandacht geven aan woordvoerders van politie, justitie en politiek. Kenmerkend is de volledige publicitaire windstilte rond het Cannabis Tribunaal in Nieuwspoort, Den Haag, eind vorig jaar. Twee dagen lang debatteerden wetenschappers, deskundigen uit de cannabisbranche, activisten en een enkele politicus over cannabis. De Volkskrant liet verstek gaan, zoals vrijwel alle media. Misschien omdat genuanceerde, feitelijke informatie slechter verkoopt dan sensationele verzinsels?

Derrick Bergman is journalist en fotograaf en redacteur van maandblad EssensiE.

Labels: , ,



maandag 9 februari 2009

Kunstenaar
Ik wil dingen maken. Daarom vind ik het ook altijd heel leuk om met andere mensen samen te werken. Om een nieuw medium te krijgen. Een paar van mijn verhalen zijn verfilmd en ik heb me vaak met het scenario bemoeid. Ik kan me heel makkelijk een medium eigen maken, niet zozeer ambachtelijk als wel inhoudelijk, en daar iets mee doen. In principe vind ik alle kunstvormen leuk en mooi, ik kan alleen niet alles. Ik vind mezelf meer een kunstenaar dan een schrijver, hoe beladen dat woord ook is. Als je jezelf een schrijver noemt, vind je het blijkbaar heel tof om met schrijven bezig te zijn. Zo zie ik dat niet. Soms ben je aan het schrijven en rolt er wat uit, het verhaal neemt een loopje met je. Dat is mooi, maar het is niet mijn hele doel. Ik denk niet: ik moet een boek schrijven, laat ik bedenken waar het over gaat. Bij mij gaat het andersom: hier wil ik iets mee, en dan komt het medium. Ik geef dus ide�en vorm en dat vind ik het werk van een kunstenaar. Zo heet dat nu eenmaal.
Fragment uit "Het Grote D.C. Lama-interview" (4 pagina's), opgetekend door Derrick Bergman. Deze maand in EssensiE.

Labels: , ,



zaterdag 13 december 2008

Klink misleidde Kamer opzettelijk over paddo's
Door Derrick Bergman. Gepubliceerd in het Eindhovens Dagblad van 16 december 2008

In het weekblad Vrij Nederland van 6 december onthult VWS-minister Ab Klink waarom hij heeft besloten tot een verbod op paddo's. 186 soorten paddestoelen blijken verboden vanwege een sensationeel krantenverhaal over een Fransman die zijn hond zou hebben gevild na het gebruik van paddo's. De man heeft echter helemaal geen paddo's gebruikt en Klink weet dat heel goed. Niettemin blijft hij het voorval noemen, in de media �n in de Tweede Kamer.

Het bizarre voorval met de gevilde hond vond plaats in de zomer van 2007. Binnen enkele dagen bleek echter al dat de man zwaar psychotisch was en helemaal geen paddo's had gebruikt. Het was Ab Klink zelf die korte tijd later vroeg om een aanvullende rapportage van het Co�rdinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs (CAM) over incidenten met paddo's. Dat rapport verscheen in oktober 2007. Citaat: �Een andere casus welke hier niet vermeld is (...), maar welke wel veel media-aandacht heeft gehad, betreft een man die zijn hond had neergestoken. Zijn daad werd eerst toegedicht aan het gebruik van paddo's, maar naar later bleek was de man reeds bekend als psychotisch.� Je zou denken dat de kous daarmee af was, maar blijkbaar vond Klink het voorbeeld te mooi om zich van de feiten iets aan te trekken. Tijdens het drugsdebat in de Tweede Kamer op 6 maart van dit jaar zei hij: �Wij kennen het voorbeeld van het Franse meisje dat in Amsterdam de dood vond, alsmede het voorbeeld van de hond die in een auto helemaal aan flarden gescheurd werd. Ik hoef het allemaal niet al te beeldend te herhalen.�

Klink hoefde het niet te herhalen, maar hij deed dat toch. In een uitzending van Netwerk van 7 augustus j.l. vertelde hij: �Vorig jaar hadden we het voorbeeld van een meneer uit Frankrijk die in zijn eigen auto een hond, zijn eigen lievelingshond bijna, vilde en dus doodde. Je moet er toch niet aan denken dat dat soort incidenten ook bij mensen plaats zou kunnen vinden.� En als klap op de vuurpijl verklaarde de minister vorige week in Vrij Nederland: �Bij het gebruik van paddo's weet je niet hoe iemand zich gaat gedragen. Op een zaterdag hoorde ik van een collega dat een Franse man na het eten van paddo's zijn hond op een vreselijke manier van het leven had beroofd. Hij had die hond gevild. Ik dacht: het had ook zijn kind kunnen zijn. Toen ik me dat realiseerde, heb ik me voorgenomen de paddo's te verbieden.� Met het paddo-verbod ging Klink lijnrecht in tegen alle deskundigen en wetenschappers, inclusief overheidsinstantie CAM, dat speciaal voor dit soort zaken in het leven is geroepen. Nu weten we dus dat hij zijn verbod baseerde op een canard of in goed Nederlands: een leugen. Die leugen heeft hij in de Tweede Kamer herhaald, terwijl hij -dankzij de aanvullende CAM-rapportage- wist dat het verhaal niet klopte. Dat is een politieke doodzonde, waarbij Klink's geklungel rond het rookverbod in caf�'s en de invoering van het Electronisch Pati�nten Dossier verbleekt. Er zijn ministers voor minder weggestuurd.

Derrick Bergman
Journalist en fotograaf voor o.a. EssensiE en de VPRO Gids

Labels: , ,



maandag 1 december 2008

Blowende feiten?
Ingezonden artikel aan het NRC. Een ingekorte versie van dit stuk werd afgelopen vrijdag in de krant gepubliceerd.

'Blowende feiten' luidt de kop van het hoofdcommentaar (24 november) over de opgelaaide discussie rond coffeeshops en cannabis. Het stuk bevat echter niet ��n hard en controleerbaar feit, schrijft Derrick Bergman.

Zolang cannabis nog niet is gelegaliseerd, is een goed zicht op handel, teelt en gebruik onmogelijk. In de huidige situatie zijn we aangewezen op schattingen en die hebben vaak een politieke lading. Consumenten en verkopers zijn namelijk niet de enige groepen die belang hebben bij drugs. Hulpverleners, politie en justitie willen allemaal hun begroting op peil houden en voor politici zijn drugs een gedroomd onderwerp om hun daadkracht te etaleren en electoraal te scoren. In dit krachtenveld produceren onderzoekers doorlopend cijfers over drugs, gebaseerd op steekproeven, extrapolaties en schattingen. Waaruit journalisten dan weer conclusies trekken. Zo stelt de NRC-commentator: 'Naarmate cannabis makkelijker te krijgen is, neemt het gebruik ervan toe'. Dat zou betekenen dat nergens ter wereld zoveel cannabis wordt gerookt als in Nederland; in geen enkel ander land bestaan immers coffeeshops. Het commentaar vermeldt echter ook dat het Nederlandse gebruikscijfer 'ongeveer het Europees gemiddelde' bedraagt. De feiten over het THC-gehalte van nederwiet lijken wel hard. Dit gehalte zegt echter weinig over potentie en effect; THC is ��n van de ruim twintig cannabino�den die dit effect bepalen. Los daarvan zijn aan het gebruik van cannabis met een hoog THC-gehalte 'niet of nauwelijks extra risico's' verbonden, zoals het C.A.M. in 2004 concludeerde.

Veelal zonder bronvermelding doet de NRC-commentator stevige uitspraken, zoals: 'scholieren die blowen zijn vaker agressief'. Nou heb ik in mijn leven veel agressieve alcoholgebruikers gezien, maar nog nooit een agressieve blower. Een ander sweeping statement: de bevoorrading van coffeeshops 'is grotendeels in handen van de georganiseerde misdaad, die ook in pillen, hasj, coca�ne en hero�ne handelt'. Waar komt deze informatie vandaan? Heeft de redactie een overzicht van alle coffeeshop-leveranciers en hun nevenactiviteiten? Het probleem van de huidige situatie is juist dat niemand weet hoe de bevoorrading van coffeeshops tot stand komt. Dit soort schattingen is per definitie natte vingerwerk, meestal uitgevoerd door justitie en politie. Feiten levert dat niet op. Zelfs ogenschijnlijk objectieve cijfers kloppen niet. Bijvoorbeeld over het aantal coffeeshops: dat zou gedaald zijn van 1197 -onvermeld blijft wanneer er zoveel shops waren- tot 729. Maar vier dagen eerder berichtte NRC Next dat het aantal shops is gedaald van 846 in 1999 tot 702 in 2007. Addertje onder het gras: de cijfers komen van onderzoeksbureau Intraval, dat zich in 2000 blameerde door het aantal thuisdealers in Amsterdam te schatten op twee.

Net zoals met cijfers kun je ook met juridische interpretaties alle kanten op. Met grote stelligheid beweert de NRC dat een experiment met gereguleerde cannabisteelt 'juridisch onmogelijk' is. Alleen voor medische of wetenschappelijke doeleinden zou Europa een uitzondering maken. Als dit waar zou zijn, dan zouden er nooit coffeeshops bestaan kunnen hebben. Internationale verdragen bieden Nederland ruimte om het opportuniteitsbeginsel te hanteren, zodat een wettelijk verboden handeling structureel onvervolgd kan blijven. Volgens dit beginsel is gereguleerde teelt wel degelijk mogelijk. Waar het om gaat is de politieke wil en moed om een pragmatisch en consistent roesmiddelenbeleid te voeren. De kabinetten Balkenende verkiezen een moreel gegrond beleid, waarin cannabis geldt als gevaar en alcohol als gezellig. Illustratief zijn de uitspraken van VWS-minister Ab Klink in Buitenhof van 23 november. Klink verklaarde zich tegenstander van het verhogen van de leeftijdsgrens voor alcohol, van zestien naar achttien. 'Wij komen de afgelopen jaren, ook ik persoonlijk eerlijk gezegd, daartoe ingelicht door artsen, tot de conclusie dat drankgebruik op 16-jarige leeftijd �cht schadelijk is voor de hersenen van kinderen. Dat is geen schade die weer voorbij gaat, die is permanent. Dat kan een behoorlijke inbreuk zijn op de gezondheid van kinderen. Dan is de reflex heel snel: dan moet de overheid gelijk maar regels gaan stellen.'

Die reflex is kabinetsbeleid als het gaat om coffeeshops, paddo's en growshops. Maar niet bij alcohol. Klink: 'We gaan eerst maar eens een andere route volgen: voorlichting, ouders die hun verantwoordelijkheid nemen, scholen die hun verantwoordelijkheid nemen. Om nu te gaan zeggen dat iemand van zeventien geen pilsje mag nemen, dat vind ik veel te ver gaan.' De maatschappelijke en persoonlijke schade van alcoholgebruik is vele malen groter dan die van cannabisgebruik. Toch gaat de discussie steeds weer over de 700 coffeeshops in ons land en niet over de ruim 12.000 verkooppunten van alcohol. De Amsterdamse burgemeester Job Cohen is in dat opzicht een witte raaf. Op de dag van de Almeerse 'Wiet-top' verklaarde hij bij Pauw & Witteman: 'Ik bepleit geen harde aanpak van alcohol, ik bepleit een gelijke behandeling van softdrugs en alcohol.' Dat gaat mij wat ver: op 12.000 coffeeshops zit niemand te wachten, op tv-reclame voor cannabis -zoals nu voor drank- evenmin. Maar het lijkt me een goed idee om wat minder met twee maten te meten en te stoppen met het demoniseren van cannabis, coffeeshops �n paddo's. Terecht stelt de NRC dat 'er iets moet gebeuren aan coffeeshops'. De enige logische en houdbare oplossing is verdere normalisering en regulering van de hele 'cannabis-keten'.

Het �s maar hennep
Reactie op het artikel 'Het is maar hennep, zei iedereen� van Max Daniel dd 18 oktober 2008.

De uitspraken van de Friese politiecommissaris Max Daniel (Zaterdag&cetera, 19 oktober) geven blijk van weinig kennis over de hennepteelt in Nederland. Merkwaardig dat juist hij de landelijk verantwoordelijke politieambtenaar is, schrijft Derrick Bergman.

Volgens Daniel kweekten mensen 'in de jaren zeventig' op zolderkamertjes wiet en is de teelt daarna overgenomen door de georganiseerde criminaliteit. De feiten zijn anders. Positronics, de eerste growshop van Europa, opende in 1985 haar deuren in Amsterdam. Het duurde tot begin jaren negentig voordat nederwiet in de koffieshop doorbrak; daarvoor domineerden buitenlandse wiet en hasj het menu. Daniel's stelling dat de kleine zolderkweker is 'uitgestorven' mag een gotspe heten. Vanaf 2000 zijn honderden kleine kwekers hun huizen uitgezet en door woningbouwverenigingen op zwarte lijsten geplaatst. Vanwege een paar hennepplanten zijn gezinnen met kleine kinderen dakloos gemaakt. Willens en wetens is het fijnmazige systeem van kleine kwekers die de koffieshops bevoorraadden de nek omgedraaid. Tegelijkertijd werd ruim baan gegeven aan grote kwekers, die er doorgaans heel andere normen en waarden op nahouden dan hun voorgangers. Resultaat: de prijzen stegen, de kwaliteit daalde, versnijding en vervuiling van wiet deden hun intrede en het geweld rond teelt en handel nam toe.

De overheid koos er expliciet voor om de grote kwekers hun gang te laten gaan, onthulde de Algemene Rekenkamer in het rapport 'Handhaven en gedogen' (2005). Citaat: �Hennepteelt waarvan geen overlast uitgaat (met name de � soms zeer bedrijfsmatig georganiseerde- teelt in loodsen en op industrieterreinen) krijgt geen prioriteit.� Drie jaar later huilt Daniel krokodillentranen over de 'verwevenheid tussen onder- en bovenwereld' en stelt hij dat hennepkwekers liquidaties laten uitvoeren. Voor zover ik weet zijn de spraakmakende liquidaties van de afgelopen jaren bijna zonder uitzondering onopgelost gebleven. Misschien omdat de politie zo druk was met het jagen op thuiskwekers? De ongemakkelijke waarheid is dat politie en justitie de huidige situatie zelf geschapen hebben door grote kwekers ongemoeid te laten en de kleintjes meedogenloos te vervolgen. Daarmee werd niet alleen de criminaliteit gestimuleerd, maar stegen ook de gezondheidsrisico's voor honderdduizenden consumenten; het versnijden van wiet is een direct gevolg van de verharding die de overheid in gang heeft gezet. Anders dan Daniel zegt werden koffieshops tot het begin van deze eeuw nog grotendeels bevoorraad door kleine kwekers, die eer stelden in een goed product.

Over dat product doet Daniel een aantal opmerkelijke uitspraken. 'Met een paar zaadjes in een bak krijg je geen rendabele oogst', bijvoorbeeld. Hij vergeet dat hennep onkruid is en tot 's werelds snelst groeiende gewassen behoort; met wat zorg leveren die paar zaadjes in een bak wel degelijk een leuke opbrengst op. Gekloonde stekjes, hydroapparatuur en CO2-verdampers zijn daarvoor niet nodig. Cannabiszaad is niet verboden en alle overige benodigdheden zijn bij tuincentra te koop. En als Daniel weet hoe je een wietplant in vier weken 'tot rijping' brengt, dan zou ik graag weten hoe je dat aanpakt. Om aan te tonen wat er zo erg is aan het kweken van hennep, brengt hij ook het THC-percentage in stelling. Nog afgezien van het feit dat THC maar een van de vele werkzame stoffen is: een hoog percentage is niet 'erg'. Al in 2001 verklaarde Els Borst, toen minister van volksgezondheid, dat een hoog THC-gehalte 'eigenlijk een positieve kwaliteitsnorm' is. �Je hoeft dan minder te roken om hetzelfde resultaat te bereiken.� En in het 'Actieplan Ontmoediging Cannabis' (2004) erkent het tweede kabinet Balkenende: �Op basis van de beschikbare gegevens concludeert het CAM (Co�rdinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs, db) dat er in het algemeen niet of nauwelijks extra risico�s zijn verbonden aan het gebruik van cannabis met een hoger THC-gehalte.�

Daniel kondigt een koerswijziging van de politie aan: opslagruimtes van koffieshops, de zogenaamde stashes, worden voortaan structureel 'aangepakt en geruimd'. 'Omdat ze voornamelijk zijn bedoeld voor export', aldus de commissaris. Opnieuw een valse voorstelling van zaken. Omdat koffieshops frequent en streng worden gecontroleerd op een maximale voorraad van 500 gram, zijn ze gedwongen via zo'n aparte opslagruimte hun voorraad aan te vullen. Bij grotere shops is dit meerdere keren per dag nodig, met alle risico's van dien. Lokaal heerst totale willekeur op dit gebied: medewerkers die de voorraad aanvullen worden in de ene gemeente ongemoeid gelaten en in de andere aangehouden en vervolgd. In plaats van op de koffieshophouders, zou Daniel zijn pijlen moeten richten op de politiek, die het grijze gebied tussen voor- en achterdeur in stand houdt. Meer repressie heeft nauwelijks invloed op het cannabisgebruik maar leidt wel tot meer en hardere criminaliteit, corruptie en vervuiling van het product. In de afgelopen jaren is het aantal koffieshops gehalveerd, de kleine kweker is uitgeroeid en in de overgebleven shops mag zelfs niet meer gerookt worden. We zouden bijna vergeten hoe succesvol de koffieshop is. Het hard drugsgebruik en het aantal drugsdoden is uitzonderlijk laag in ons land, net als het percentage HIV-positieven onder hard drug gebruikers. Het cannabisgebruik is gemiddeld tot laag, de scheiding der markten is een feit en wie wel eens een koffieshop bezoekt, weet dat integratie wel degelijk bestaat in Nederland.

Terecht stelt Egbert Tellegen in zijn boek 'Het utopisme van de drugsbestrijding' (2008) dat de koffieshop 'allang uitgeroepen [had] moeten worden als de belangrijkste sociale innovatie van de afgelopen halve eeuw.' De problemen die er rond koffieshops en hennep bestaan, komen voort uit het door de overheid gecre�erde 'grijze gebied'. De oplossing is het opzetten van een werkbaar systeem, in overleg met deskundigen en de branche z�lf. Koffieshophouders en hun klanten zijn namelijk het meeste gebaat bij het buitenspel zetten van georganiseerde criminaliteit. Er is dringend behoefte aan verdere normalisering en decriminalisering, niet aan nog meer contraproductieve politie-inzet. Want laten we niet vergeten: het �s maar hennep, een relatief onschadelijk, niet verslavend genotmiddel, waar nog nooit iemand aan dood is gegaan en dat wereldwijd door miljoenen mensen probleemloos en met plezier wordt gebruikt.

PvdA moet n� drugsbeleid redden
Door Derrick Bergman. Gepubliceerd in het Eindhovens Dagblad dd 21 mei 2008.

Als Kamerlid overhandigde staatssecretaris van justitie Nebahat Albayrak (PvdA) in april 2004 een zakje wiet aan justitieminister Donner, tijdens een overleg over het drugsbeleid. Met haar ludieke actie wilde zij onderstrepen hoezeer soft drugs ge�ntegreerd zijn in onze maatschappij. Het is dan ook onbegrijpelijk dat Albayrak -en de rest van haar partij- anno 2008 werkeloos toeziet hoe het Nederlandse drugsbeleid wordt afgebroken. door Derrick Bergman

Hoewel het gedoogbeleid in 1976 onder een CDA-minister (Van Agt) van kracht werd, is de huidige christendemocratie al zo'n twee decennia bezig dit succesvolle beleid kapot te maken. Het was Ernst Hirsch Ballin die tijdens zijn eerste periode als minister van justitie (1989-1994) het 'harm reduction'-principe verruilde voor een op repressie en strafrecht gebaseerde aanpak. Een van de resultaten van deze koerswijziging was de IRT-affaire, die hem als minister de kop kostte. Sinds zijn terugkeer als justitieminister zet Hirsch Ballin zijn jacht op alles wat met drugs te maken heeft met hernieuwd enthousiasme voort. Helaas ligt aan zijn denken ��n fundamenteel misverstand ten grondslag: dat het aanpakken van handel en teelt van drugs de vraag en het aanbod afremmen. De vraag naar roesmiddelen is niet alleen zo oud als de mensheid maar ook vrijwel inelastisch. Meer repressie zet een mechanisme in werking dat al sinds de Amerikaanse Drooglegging glashelder is: de prijzen stijgen, de aantrekkingskracht op criminelen neemt toe en daarmee de risico's op vervuiling van het verboden middel en een toename van geweld en corruptie rond de handel en productie.

Heel kort samengevat: verbieden helpt niet. Vanuit die vaststelling is in de jaren zeventig het concept van harm reduction ontwikkeld, waarbij de centrale vraag steeds luidt: hoe minimaliseren we de schade voor de individuele gebruiker van een roesmiddel en voor de samenleving als geheel? Het toestaan van gecontroleerde koffieshops, die voorzien in de vraag naar wiet en hasj, is een logische en effectief gebleken uitwerking van dit concept. Hetzelfde geldt voor het toestaan van geestverruimende paddestoelen in smart shops. In beide gevallen is de gebruiker niet overgeleverd aan anonieme dealers, krijgt hij informatie over het product en de risico's van het gebruik, terwijl de overheid toezicht houdt en belasting int. Het is aan de besluiteloosheid van de Paarse kabinetten te danken dat het gedoogbeleid in de jaren negentig niet van een degelijke juridische basis is voorzien. De landelijke politiek bleef doof voor noodkreten van onder meer de burgemeesters Stekelenburg en Leers om 'de achterdeur', de aanvoer van koffieshops, deugdelijk te regelen.

In plaats daarvan werd begin deze eeuw voor de zoveelste keer het botte wapen van de repressie van stal gehaald: de jacht op de kleine thuiskweker van wiet werd geopend. Sindsdien zijn honderden mensen hun huizen uitgezet en op zwarte lijsten van woningbouwverenigingen beland. De prijzen van wiet zijn ge�xplodeerd en de teelt is overgenomen door grootschalige kwekers die niet schromen zand, glasvezels of vloeibare versnijdingsmiddelen aan hun wiet toe te voegen. Hier is eerder sprake van 'harm stimulation' dan van harm reduction. Toch dendert dit kabinet op de ingeslagen weg voort. Hirsch Ballin werkt aan een verbod op 'alles wat de productie van cannabis faciliteert', inclusief growshops en hennepbeurzen. Zelfs het aanbieden van 'gegevens' over de wietteelt moet verboden worden. Dat anno 2008 in heel Europa growshops te vinden zijn en dat vrijwel hun volledige assortiment ook bij ieder tuincentrum verkrijgbaar is, doet niet terzake of is onbekend. Het is louter symboolpolitiek, die geen of averechtse effecten oplevert. Dat laatste geldt voor het geplande paddo-verbod, dat een nieuw crimineel circuit cree�rt, terwijl de markt nu nog volledig bonafide en gecontroleerd functioneert.

Het is hoog tijd dat de PvdA een einde maakt aan de onzinnige en contraproductieve koers van dit kabinet. In plaats van het verder af te breken, moet het gedoogbeleid eindelijk worden geformaliseerd. Niet met emoties en electoraal effectbejag als uitgangspunt, maar met wetenschappelijke feiten, zoals de rapporten van het CAM (Co�rdinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs) die een paddo-verbod sterk ontraden. En na ruim dertig jaar verdienen de koffieshops erkenning voor hun rol in het effectief scheiden van de markten voor soft en hard drugs. Dat betekent een fatsoenlijke regeling van de achterdeur en het afzien van symboolpolitiek, zoals de Rotterdamse regels over de nabijheid van scholen of de onwerkbare voorraadregel. Eigenlijk precies de dingen die Albayrak in 2004 bepleitte toen ze Donner een zakje wiet cadeau deed.

Derrick Bergman is publicist en fotograaf en werkt o.a. voor EssensiE en de VPRO Gids

Costa heeft bergen boter op zijn hoofd
Antonio Maria Costa, topman bij de VN inzake drugs, waarschuwt in de NRC van 4 augustus dat West-Afrika ten prooi valt aan drugskartels. De ontwikkelingen die hij beschrijft, tonen juist aan dat de door de UNOCD gepropageerde drugsprohibitie wereldwijd rampzalige consequenties heeft, terwijl het drugsgebruik er niet door afneemt. Door Derrick Bergman, 4 augustus 2008.


Op Youtube staat een aardig filmpje met Costa in de hoofdrol, tijdens de 51e sessie van de UNOCD in Wenen, in maart van dit jaar. Onderdeel van die sessie was een vergadering met non-gouvernementele organisaties (NGO's), ge�nspireerd door een uitspraak van Costa zelf over NGO's: 'We don't need silent partners, we need dynamic outspoken ones!' Maar op het moment dat de Amsterdamse psychiater Freek Polak, als vertegenwoordiger van de organisatie ENCOD, het woord neemt, toont Costa zijn ware aard. Polak heeft een simpele vraag, die hij al eens eerder aan de VN-topman heeft gesteld: hoe is het toch mogelijk dat in Nederland, waar cannabis vrij verkrijgbaar is voor volwasssen, minder cannabis wordt gebruikt dan in de omliggende landen waar het verboden is? Opnieuw weigert Costa op deze vraag in te gaan. Na wat gestamel en aantoonbaar onjuiste informatie over Nederland, kapt hij de discussie resoluut af met de woorden 'we are not a debating society, we want to solve the world drug problem.� Tot verbijstering van Polak.

Costa's club, de UNOCD, streeft naar een 'volledig drugsvrije wereld'. Die doelstelling heeft weinig met de realiteit te maken, de gevolgen ervan helaas wel. Wie zich enigszins in de materie heeft verdiept, kent die gevolgen: criminalisering van burgers, corruptie bij politie en justitie, financiering van criminelen door het instandhouden van hun markt en het kunstmatig opdrijven van de prijs van drugs, een gebrek aan kwaliteitscontrole en bijkomende gezondheidsrisico's en exorbitant hoge kosten voor de belastingbetaler. Het meest bizarre gevolg is dat het drugsgebruik niet daalt door de 'oorlog tegen drugs', maar juist stijgt. Dat is wat Freek Polak bedoelde met zijn vraag. De resultaten van het Nederlandse beleid trekken de bodem onder de hele drugsprohibitie uit; reguleren vermindert het gebruik, prohibitie verhoogt het gebruik. Op 1 juli berichtte de NRC nog dat de Amerikanen, de uitvinders van de drugsoorlog, wereldwijd de grootste drugsgebruikers zijn. 16,2 procent van hen heeft ooit coca�ne gebruikt en 42,2 procent cannabis. De score voor Nederland: 1,9 procent (coca�ne) en 19,8 procent (cannabis). Criminologen wijzen op het 'waterbed-effect' van drugsbestrijding, zowel lokaal als internationaal; ingrijpen op plek a, leidt onherroepelijk tot meer drugshandel op plek b. Het totale drugsaanbod blijkt vrijwel immuun voor overheidsoptreden.

Nu wil Costa dan ook Afrika betrekken in de wereldwijde drugsoorlog. Hij wil meer geld voor drugsbestrijding op het armste continent ter wereld. Geld voor boten, vliegtuigen, radar en containerbeveiliging. 'Snel en gezamenlijk optreden van de hoogste autoriteiten kan het gebied nog redden' luidt de onderkop van Costa's pleidooi. Let wel: niet redden van de honger, aids, oorlog of armoede, maar van drugs. En dat zegt de man die weigert in te gaan op de feiten die bewijzen dat de drugsoorlog niet alleen onwinbaar is, maar ook contraproductief. Drugs horen niet thuis in het strafrecht, evenmin als de verslavende middelen alcohol, tabak en koffie. Als Costa drugsmisbruik daadwerkelijk tegen wil gaan, dan moet hij zich richten op regulering, voorlichting en kwaliteitscontrole. De internationale gemeenschap moet inderdaad ingrijpen, zoals Costa schrijft. Dat ingrijpen moet eindelijk leiden tot een fundamentele heroverweging van de wereldwijde drugsprohibitie. Costa's dictatoriale gedrag in Wenen heeft bewezen, dat hij daartoe zelf niet in staat mag worden geacht.

Laat koffieshops eindelijk met rust
Omdat rokers 'ronduit agressief' benaderd worden dient dat ook te gebeuren met bezoekers van koffieshops, meent oud-politieman Fred Kruijer (NRC 6 augustus 2007). Zijn bewering dat politici hun vingers niet durven branden aan de aanpak van koffieshops raakt kant noch wal. Door Derrick Bergman.

Kruijers artikel bevat een aantal fouten. Het adagium 'een tevreden roker is geen onruststoker' -dus niet 'een hasjroker is geen onruststoker'- is gemunt door Robert Jasper Grootveld. Deze Amsterdamse 'anti-rook magi�r' was weliswaar een belangrijke inspiratie voor Roel van Duyn's Provo-beweging, maar Grootveld was zelf geen Provo. Nog minder waar is Kruijers bewering dat politici ervoor terugschrikken koffieshops streng aan te pakken. Midden jaren negentig telde Nederland zo'n 1500 koffieshops; in 2005 was dat aantal gekelderd tot 729. De maximale hoeveelheid cannabis per transactie is verlaagd van dertig naar vijf gram. Aanwezigheid van een minderjarige bezoeker leidt tot tijdelijke sluiting en bij herhaling tot definitieve sluiting. Maar volgens Kruijer 'blijven we toegeeflijk glimlachen om een puber met een joint'.

Die puber heeft zijn joint in elk geval niet in de koffieshop gekocht; de puberteit is de levensfase tussen ongeveer tien en achttien jaar. Pubers komen de koffieshop niet in. Uit onderzoek van justitie blijkt dat jongeren tussen twaalf en zeventien vooral via vrienden en bekenden aan cannabis komen. Als Kruijer klaagt dat de 'scherpe scheiding tussen cannabis en andere drugs steeds minder relevant lijkt te worden', kan hij zich beter inzetten voor het verlagen van de leeftijdsgrens voor koffieshops van achttien naar zestien. Die grens is jarenlang gehanteerd door justitie, juist omdat 16- en 17-jarigen bij uitstek risico's lopen als zij zich op de illegale markt voor drugs begeven. Op die markt geldt inderdaad geen scherpe scheiding tussen hard en soft drugs. Daarom is midden jaren zeventig het gedoogbeleid juist ontwikkeld.

Je hoeft geen Nostradamus te heten om te kunnen voorspellen waar een algeheel rookverbod in koffieshops toe zal leiden. Als binnen roken niet mag, zal het buiten gebeuren. Natuurlijk, je kunt blowen op de openbare weg verbieden, zoals in de gemeente Den Haag en een aantal wijken in Amsterdam. Kruijer geeft zelf echter al aan dat we roken op het schoolplein 'in de praktijk niet tegen kunnen houden'; dat geldt uiteraard nog sterker voor roken op de openbare weg. Het rookvrij maken van koffieshops cre�ert dus automatisch overlast en kat-en-muis-spelletjes met de politie, als zij haar tijd zou gaan verspillen aan de handhaving van een blowverbod op straat. Vergeleken met de aanpak van alcoholmisbruik onder jongeren, alcoholverkoop aan jongeren en alcoholreclame is de aanpak van koffieshops zonder meer draconisch te noemen. Neem Rotterdam, waar zestig koffieshops hun deuren moeten gaan sluiten omdat ze 'te dicht bij een school staan'.

In plaats van de overgebleven 729 koffieshops nog verder dwars te zitten, zou de politiek zich eens bezig moeten houden met de ruim 60.000 legale verkooppunten van alcohol in ons land. Uit onderzoek van de Voedsel en Warenautoriteit blijkt dat de kans dat een kind onder de zestien (!) een succesvolle aankooppoging van alcohol doet groter is dan negentig procent. In bars en caf�s is die kans ongeveer 98 procent, aldus de VWA. Gezien het aantal alcoholdoden in het verkeer, alcoholgerelateerde agressie en vandalisme en de onherstelbare hersenbeschadiging bij jeugdige drinkers zou de politiek er beter aan doen de koffieshops en hun volwassen bezoekers eindelijk eens met rust te laten en de strijd aan te gaan met koning alcohol.

Balkenende�s bezopen drugsbeleid
In geen enkel Europees land drinkt de jeugd zo jong en zo veel alcohol als in Nederland. Honderden illegale drankschuren voor minderjarigen onttrekken zich aan elke controle of regelgeving, de alcohol-lobby boekt het ene succes na het andere en de Breezers vliegen de supermarkt uit. Hoog tijd om paddo�s te verbieden en nog meer koffieshops te sluiten. Door Derrick Bergman, 31 maart 2007.

Er is al veel gezegd en geschreven over het onzalige plan van een rechtse Kamermeerderheid om paddo�s te verbieden. Er komt nu een onderzoek, heeft volksgezondheidsminister Ab Klink laten weten. Dat politici nooit verder dan vier jaar vooruit kijken wist ik al, maar verder dan vier jaar terug kijken is blijkbaar ook onmogelijk. In januari 1998 verscheen de nota �Smart shops en nieuwe trends in het gebruik van psychoactieve stoffen� van de Werkgroep Smart Shops, bestaande uit topambtenaren van de ministeries van VWS, Justitie, Binnenlandse Zaken, de politie, de Vereniging Nederlandse Gemeenten enzovoort. Citaat van pagina 14:

�Psilocybine en psilocine (de werkzame stoffen in paddo�s, db) zijn bij �normale� gebruiksdoseringen nauwelijks toxisch. Van lichamelijke afhankelijkheid is geen sprake, noch van ernstige lichamelijke schade. De grootste risico�s zijn roekeloos gedrag onder invloed van de stof en het ondergaan van een zogenaamde �bad trip�. De kans op het ervaren van een �bad trip� wordt vergroot als de stof wordt geconsumeerd door psychisch instabiele mensen. Echter, hoe naar en angstaanjagend deze trips ook kunnen zijn, bad trips leiden normaliter niet tot blijvende geestelijke problemen.� Iets verder, op dezelfde pagina: �Het psilocybine-gehalte van in de natuur gevonden paddenstoelen kan sterk verschillen, wat bij gebruik risico�s met zich meebrengt. Het grootste risico is echter dat het veelal bijzonder moeilijk is om de psilocybine paddenstoel te onderscheiden van andere, soms bijzonder giftige paddenstoelen. In de literatuur zijn vele verwisselingen van paddenstoelen beschreven, waarbij een fatale afloop niet onbekend is.�

Als paddo�s straks inderdaad helemaal uit de smartshop worden verbannen is het een kwestie van tijd voordat het wild plukken van psychoactieve paddenstoelen zal toenemen. De doden die hierbij kunnen vallen mogen rechtstreeks op het conto worden geschreven van de Kamerleden (van CDA, VVD, PVV en ChristenUnie) die nu oproepen tot een verbod. Dat zijn veelal dezelfde Kamerleden die willen dat koffieshops �nabij scholen� worden gesloten. Nog zo�n staaltje averechtse symboolpolitiek. Is het in Den Haag bekend dat elke koffieshophouder doodsbang is dat een minderjarige klant door zijn controlesysteem glipt, omdat dit vrijwel altijd leidt tot tijdelijke of definitieve sluiting van zijn zaak? Koffieshops met elektronische poortjes en verplichte legitimatie voor elke klant zijn al lang geen uitzondering meer.

Heeft iemand in Den Haag al eens bedacht dat de explosieve stijging van alcoholgebruik onder jongeren wel eens te maken zou kunnen hebben met het steeds strengere koffieshopbeleid, gecombineerd met een buitengewoon effectieve alcohol-lobby? Uit onderzoek van de Voedsel en Warenautoriteit blijkt dat de kans dat een jongere onder de zestien een succesvolle aankooppoging van alcohol doet groter is dan negentig procent. In bars en caf�s is die kans ongeveer 98 procent, aldus de VWA. Waarom mogen jongeren van zestien en zeventien legaal zoveel alcohol kopen en drinken als ze willen, terwijl ze niet eens een koffieshop mogen betreden? Waarom krijgt een kroegbaas 460 euro boete als hij alcohol verkoopt aan kinderen onder de zestien en wordt een koffieshop dicht getimmerd als er ook maar ��n persoon aanwezig is die nog geen 18 is? Waarom kunnen er op het platteland honderden illegale drankschuren blijven bestaan, waar kinderen zich voor een schijntje bedrinken, zonder enig toezicht? Waarom mag een koffieshophouder nog geen wietblaadje op zijn raam plakken, terwijl er op televisie volop geadverteerd wordt voor alcohol, vaak expliciet gericht op jongeren?

Dat komt omdat alcohol leuk en gezellig is, ook al eist dit genotsmiddel jaarlijks 3500 dodelijke slachtoffers in Nederland (bron: Jellinek), tegen nul dodelijke slachtoffers wegens gebruik van wiet of hasj. Dus als onze minister-president een studentenvereniging bezoekt, biedt hij gezellig een gratis vat bier aan. En als Balkenende voor een televisie-portret op stap gaat met Paul Rosenm�ller, dan heft hij voor de camera olijk een enorme bierpul tijdens de bierfeesten in M�nchen. Van zo�n man hoef je geen serieuze maatregelen te verwachten tegen het groeiende alcoholprobleem in Nederland. Wat we wel kunnen verwachten is nog meer druk op koffieshops, growshops en smartshops. En meer onderzoek, natuurlijk. Onderzoek waaruit keer op keer blijkt dat het �harm reduction�-concept, dat in Nederland tussen 1976 en 1996 leidend was in het middelenbeleid, veel succesvoller is dan de repressieve, op Amerikaanse leest geschoeide, aanpak.

De vraag naar bewustzijnsverruimende middelen is de eeuwige constante in elk debat over genotsmiddelenbeleid. Repressie leidt nooit tot vermindering van de vraag, maar wel tot toename van vervuilde, versneden of anderszins vervuilde drugs, corruptie bij overheid en politie en grotere winsten voor criminelen. Het middelenbeleid van de kabinetten Balkenende is bezopen en brengt de volksgezondheid ernstig schade toe. Als de overheid verder gaat op de ingeslagen weg zal het aantal slachtoffers, van alcohol �n drugs toenemen. Vanaf september groeien de psychoactieve kaalkopjes (psilocybe semilanceata) weer volop in Nederland. Als het heilloze paddo-verbod dan al van kracht is zal het druk worden in het bos en op de heide.

Demonisering van cannabis is politieke en economische strategie.
Er is nauwelijks een onderwerp denkbaar waarover zoveel hardnekkige mythes en kromme redeneringen de ronde doen als cannabis. De reportage �tieners stoppen met blowen in de afkick-kliniek� staat er bol van. Door Derrick Bergman, 9 april 2006.

�Steeds meer jongeren zoeken hulp om van hun cannabisverslaving af te komen� begint de reportage in het Zaterdags Bijvoegsel van 8 april. In 2001 stonden er 550 jongeren in deze categorie ingeschreven bij instellingen voor verslavingszorg, vijf jaar later gaat het om 1100 cli�nten. Een buitengewoon kleine groep dus, zeker vergeleken met de 800.000 probleemdrinkers in ons land. Bovendien, zo blijkt uit het verhaal, kampen deze 1100 jongeren met ernstige problemen: ze zijn bijvoorbeeld seksueel misbruikt of door hun ouders het huis uitgetrapt. En meestal gebruiken ze ook andere drugs dan cannabis: coke, speed of alcohol. Niettemin gaat het in het verhaal en bij de instellingen vrijwel uitsluitend over cannabis.

Susanne Wegen van verslavingsinstelling Mistral vertelt waarom: het THC-gehalte in cannabis is zo gestegen dat je het �kunt vergelijken met hard drugs�. Deze mythe is de laatste jaren erg populair bij politici en hulpverleners. Nu de zogenaamde stepping stone-theorie -cannabis is altijd een opstapje naar hardere drugs- eindelijk naar het rijk der fabelen is verwezen was blijkbaar een nieuwe cannabismythe nodig. Dus hoor je steeds dezelfde mantra: de wiet van nu is onvergelijkbaar met het onschuldige jointje uit de jaren zestig. Ten eerste werd er in de jaren zestig nauwelijks wiet gerookt, maar bijna uitsluitend buitenlandse hasj. Hasj is een concentraat van wiet en bevat doorgaans veel meer THC. Tussen de vijftien en twintig procent, ongeveer het percentage van de zo gevreesde nederwiet van tegenwoordig.

Daar komt bij dat THC slechts een van de vele werkzame stoffen in cannabis is. Meer dan twintig cannabino�den zorgen in een nog vrijwel onbekend samenspel voor het effect. De obsessie met de hoogte van het THC-percentage houdt hiermee geen rekening. De redenering dat wiet met veel THC eigenlijk een hard drug is onzinnig: een stof krijgt geen andere eigenschappen als de kwaliteit ervan toeneemt. Een hoger percentage werkzame stof betekent alleen maar dat je minder nodig hebt om het gewenste effect te bereiken. Zoals voormalig VWS-minister Els Borst uitlegde tijdens het nationale jeugddebat 2001: �Een hoog THC-gehalte is eigenlijk een positieve kwaliteitsnorm. Je hoeft dan minder te roken om hetzelfde resultaat te bereiken. En dat betekent dat je minder teer en nicotine binnenkrijgt.�

Al vaker is geconstateerd, onder meer door Frits R�ter, hoogleraar strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam, dat justitie en hulpverlening verslaafd zijn geraakt aan de drugsbestrijding. Net als de politie hebben ook clubs als het Trimbos-instituut rechtstreeks belang bij de demonisering van cannabis. Dat levert namelijk omzet op. Harald Wychgel, voorlichter bij het Trimbos, geeft dat onomwonden toe in het verhaal. De gestegen hulpvraag heeft volgens hem te maken met de toegenomen bekendheid van de hulpverlening. In de media komen namelijk vooral de hulpverleners aan het woord. En hun horrorverhalen vinden een gewillig oor bij politici, die van oudsher graag scoren met drugs, door een �keiharde aanpak� te bepleiten. Illusiepolitiek, zoals de veel hogere gebruikscijfers in het strenge Amerika al jaren bewijzen.

Van een krant als NRC/Handelsblad verwacht ik evenwichtige berichtgeving, met wederhoor en controle van ongestaafde beweringen. �Soms is bij het afkicken van cannabis medicatie nodig� stelt Susanne Wegen van Mistral. Waarom? Hoe vaak is soms? Welke medicijnen worden gebruikt en waartegen? We komen er niet achter. Red Bull is verboden in de afkickkliniek, maar een van de straffen is �s morgens vroeg koffie zetten. Belangrijkste werkzame stof in koffie en Red Bull: cafe�ne. En zo kan ik nog wel even door gaan. De waarheid is dat de schadelijke effecten van cannabis in vergelijking met die van drugs als alcohol, coca�ne en hero�ne en vrijwel alle slaapmiddelen en antidepressiva minimaal zijn.

De demonisering van cannabis is een politieke en economische strategie. Deze strategie leidt tot meer repressie, die de prijzen opstuwt, kwaliteitscontrole onmogelijk maakt, de aantrekkingskracht op jongeren vergroot, criminele beurzen spekt en de rechtsstaat corrumpeert. Afkick-klinieken voor cannabis zijn een cynische vorm van symptoombestrijding. Hulpverleners kunnen zich beter druk maken over de achterliggende omstandigheden die bij een minuscuul deel van de cannabisgebruikers tot problemen leiden.

Pak de drugswetten aan
Reactie op artikel in het Eindhovens Dagblad, door Derrick Bergman, 3 april 2006.
Als het om drugs gaat, geldt sinds jaar en dag ��n gouden regel: hoe meer repressie, hoe hoger de prijzen en hoe aantrekkelijker de teelt en handel. Het pleidooi in het E.D. van 31 maart om �niets en niemand ontziend� op te treden tegen �de criminelen die de wietteelt in handen hebben� is dan ook een klassiek voorbeeld van het paard achter de wagen spannen.

Ook de rest van het hoofdredactionele commentaar staat vol onlogische aannames en mythes die niet stroken met de werkelijkheid. Neem de veelgehoorde stelling dat de wietteelt vrijwel geheel in handen is van �keiharde criminelen� die arme sloebers onder druk zetten om wiet te telen. De Utrechtse criminoloog Frank Bovenkerk kwam als eerste met deze theorie. Dezelfde Bovenkerk die tijdens de IRT-verhoren van de commissie van Traa beweerde dat �tientallen procenten van de Turkse mannen in Nederland� betrokken waren bij hero�nehandel. Een bewering die hij nog dezelfde week moest terugnemen, omdat hij er geen enkel bewijs voor had.

Ook over intimidatie en geweld tussen criminelen en wietwekers heeft Bovenkerk geen enkel hard cijfer of onderzoek. In een interview met maandblad EssensiE over zijn boek Misdaadprofielen, waarin de vermeende intimidatiepraktijken voor het eerst opduiken, gaf hij dit ruiterlijk toe. Op de vraag of hij hiervoor harde bewijzen heeft, antwoordt Bovenkerk: �Ik bespreek twintig politie-acties in het boek en ik heb het die politiemensen steeds gevraagd. Niet eens suggererend, ik liet ze gewoon zelf vertellen. Ze komen altijd zelf en op hun eigen manier met intimidatiepraktijken. Tastbaar bewijs vormden een paar woningen die zijn afgebrand.� De vraag welk deel van de teelt op deze manier georganiseerd is, kon hij niet beantwoorden: �Geen idee. Weet ik echt niet.�

En dan de growshops. �Een van de redenen waarom de thuisteelt zo�n vlucht heeft genomen, is de toename van het aantal growshops�, stelt uw commentator. De werkelijkheid is dat de populariteit van het thuis wiet kweken heeft geleid tot een toename van de growshops. �Niemand verbiedt de growshops de benodigde onderdelen voor de teelt te verkopen� klaagt de commentator, waarna hij �die slappe houding� hekelt. Tja, het is nu eenmaal niet verboden om potaarde te verkopen, of plantenbakken. Zelfs de lampen die de wietplantjes doen groeien, bekend van het Westland en vaak geproduceerd door Philips, staan niet in het wetboek van strafrecht. Al zouden alle growshops van Nederland morgen dichtgespijkerd worden, dan blijven al die producten vrijelijk te koop bij tuincentra, bouwmarkten en bloemenwinkels.

Aan het einde van het stuk komt nog een populaire mythe voorbij: wiet is tegenwoordig zo sterk dat het eigenlijk een hard drug geworden is. Dit is een fabeltje: een stof krijgt geen andere eigenschappen als de kwaliteit ervan toeneemt. Wiet is, in tegenstelling tot de meeste hard drugs, niet lichamelijk verslavend en er is nog nooit ��n dode gevallen door een overdosis wiet of hasj. Een hoger percentage werkzame stof betekent alleen maar dat je minder nodig om het gewenste effect te bereiken. Zoals voormalig VWS-minister Els Borst uitlegde tijdens het nationale jeugddebat 2001: �Een hoog thc-gehalte is eigenlijk een positieve kwaliteitsnorm. Je hoeft dan minder te roken om hetzelfde resultaat te bereiken. En dat betekent dat je minder teer en nicotine binnenkrijgt.�

Het verbod op cannabis is een Amerikaanse uitvinding, die met dwang over de hele wereld is verspreid. Het wordt steeds duidelijker dat de �War on drugs� een tragische vergissing is, die contraproductief en corrumperend werkt. In Amerika is het gebruik van alle drugs, inclusief cannabis, veel hoger dan in Nederland. Toch kun je de Amerikaanse overheid moeilijk beschuldigen van een slappe houding inzake cannabis. Nederland moet eindelijk de volgende stap zetten in haar drugsbeleid en de cannabisteelt legaliseren. Daarmee wordt de criminaliteit buiten spel gezet en effectieve controle op veilige teelt mogelijk gemaakt. Een veel groter risico dan een hoog thc-gehalte is namelijk het totaal ongecontroleerde gebruik van pesticiden bij de teelt. Daar hoor je onze rappende justitieminister nou nooit over.

Een harde aanpak van de cannabisteelt, zoals het Eindhovens Dagblad voorstelt, is de beste manier om de criminele beurzen te spekken. De realiteit is dat ruim een miljoen Nederlanders af en toe wiet of hasj roken. Zij weten uit eigen ervaring dat dit genotmiddel in veel opzichten veiliger is en minder schadelijk voor hun gezondheid dan alcohol. Cannabis hoort niet thuis in het strafrecht. Iets wat de Maastrichtse burgemeester Leers goed begrijpt. Op de website van de gemeente Maastricht legt hij de vinger op de zere plek: �We zijn in Europa �Nederland voorop- verslaafd geraakt aan de drugsbestrijding. Als we daar verstandiger mee weten om te gaan, kunnen duizenden politieagenten achter �chte boeven aan gaan jagen.�

Derrick Bergman is publicist en fotograaf en werkt o.a. voor EssensiE en de VPRO Gids

Labels: